Halte

Ik sta hier
op de draaikolk van mijn wegen
met de brede laan vol lijken
en de dorpsstraat zonder bomen
op de breedtegraad van wilde dromen

kom me halen
want elk kruispunt loopt verloren

in eenzelfde staren naar de maan
met gebroken benen
en opengereten armen sta ik klaar

om met je mee te rijden
naar de dorpen en de steden van plezier

tot het eindpunt van de tijden
jij me brengt
bij de halte van het lijde
n

Lied van de meester

Ik denk dat je de meester hoorde zingen
terwijl ik ziek in bed lig
Ik denk dat hij je alles vertelde
dat ik opgesloten was in mijn hoofd
Je meester nam je mee op reis
dat is alvast wat je zei
En kom je nu terug om de gevangene
wijn en brood te brengen?

Je ontmoette hem in een tempel
waar ze aan de deur je kleren stelen
hij was gewoon een naamloze man op een stoel
die net terug kwam van de oorlog
En je verpakte zijn vermoeid gezicht in je haren
en hij reikt je het appelklokhuis
Dan raakt hij je lippen, nu zo plots bloot
van alle kussen die we een tijd terug gaven

En hij gaf je een Duitse herdershond om te wandelen
met een halsband van leer en nagels
en hij heeft je nooit verplicht uit te leggen of te spreken
over alle kleine details
zoals wie een worm had of een steen
en wie je had – doorheen de berichten
Nu is je liefde een open geheim
en het stopt nooit, zelfs niet als je meester faalt

En hij nam je mee in zijn vliegtuig
die hij zonder handen vloog
en je vloog over de repen van regen
die de mensenzeeën verdreef van de standjes
Dan doofde hij de lichten in een eenzame laan
waar een aap met engelenklieren
de finale zweem van pijn uitgomde
met de muziek van elastiekjes

En nu hoor ik de meester zingen
Je knielt om voor hem klaar te komen
Zijn lichaam is een gouden snoer
dat uit je lichaam hangt
Zijn lichaam is een gouden snoer
mijn lichaam is verdoofd
Nu hoor je de meester zingen
je hemd is compleet in de war

En zul je knielen naast zijn bed
dat we al zolang geleden polijstten
voor je meester in de plaats koos
om een bed van sneeuw te maken
Je ogen staan wild en je knokels zijn rood
En je spreekt veel te laag
Nee, ik kan niet uitmaken wat je meester zei
voor hij je deed verdwijnen

En ik denk dat je het veel te hard speelt
voor een vrouw die op de maan is geweest
Ik heb hier al te lang bij het venster gelegen
Je raakt een lege kamer wel gewoon
En je liefde is wat stof in de broekomslag van een man
Die trippelt op de maten van een melodie
En je dijen zijn een ruïne en je wilt te veel
– laat ik zeggen – dat je te vroeg terug kwam
Ik hield perfect van de meester
Ik leerde hem alles wat hij wist
Hij verhongerde in een diep raadsel
zoals iemand die zeker is van wat waar is
En ik stuurde hem naar jou met mijn waarborg
dat ik hem iets nieuws zou leren
En ik leerde hem hoe je naar mij zou verlangen
ongeacht wat hij zei, ongeacht wat jij doet

Ik denk dat je de meester hoorde zingen
terwijl ik ziek in bed lig
Ik denk dat hij je alles vertelde
dat ik opgesloten was in mijn hoofd
Je meester nam je mee op reis
(dat is alvast wat je zei)
En kom je nu terug om de gevangene
wijn en brood te brengen?

Leonard Cohen, “Songs of Leonard Cohen”
Vertaling: Dirk Rommens, 11/2/2021

Gedichtendag 2021

Ode aan het laurierblad

Dichters, politici, zangers en sportieve lui
al dan niet gelauwerd, in goeie of slechte bui:
welkom op dit festijn van culinaire vreugde,
proef en smaak deze aloude geurige geneugte!

Vrouwen, met laurierzalf kleur uw wangen in rozengloed;
jonge en oude lieden, u blijft gezond in voor- en tegenspoed;
de lucht van laurier beschermt u immers tegen kwalen en gebrekjes
ook tegen onweer – laurier heelt zelfs uw intiemste blauwste plekjes!

Laurier met mate bij vis, konijn en vleespastei
bij haring, groente, in tomatensaus of bij olijf
vastgeprikt met ‘n kruidnagel op vlees, heerlijk mals:
U herkent de échte kwaliteit des huizes, onvervalst!

Aan u, Grieken, die ’t laurier al eeuwen kennen, draag ik op dit poëem.
En aan u, Romeinen, van wie de angst in de strijd met dit kruid verdween.
En u, kruidendokters altegader, en ten slotte, u die dit leest
en de vruchten van moeder aarde apprecieert, zeg ik allereerst:

Smakelijk!

Dirk Rommens, 1996

25 jaar geleden verschenen op de prijslijst van het restaurant ’t Laurierblad in Kuurne