Leonard Cohen: Vertaalde Poëzie

Dirk Rommens:
Vertaalde gedichten

Leonard Cohen: Vergelijken we Mythologieën

Gedicht

Ik hoorde het verhaal over een man;
de woorden die hij uitspreekt zijn zo mooi
dat enkel door ze te zeggen
vrouwen zich zomaar aan hem geven.

Lig ik hier sprakeloos naast je lichaam
terwijl de stilte bloeit als een gezwel op onze lippen
dan is het omdat ik een man de trappen hoor beklimmen
en hij zijn keel schraapt aan onze deur.

*

Brief

Hoe je je familie hebt uitgemoord
wil ik helemaal niet weten
als je mond over mijn lichaam beweegt

En ik weet wat je droomt
van steden in gruis en galopperende paarden
van de zon die te dicht komt
en de nacht die nooit verdwijnt

maar dat allemaal heeft geen enkele betekenis
hier naast je lichaam

Ik weet dat buiten de oorlog doorraast
dat je bevelen uitvaardigt
dat babies versmacht worden en generaals onthoofd

maar bloed, dat zegt me niks
het beroert niet eens je vlees

het bloed dat je op je tong proeft:
dat schokt me niet
terwijl mijn armen vergaan in je haar

Denk nu niet dat ik niet begrijp
wat er gebeurt
nadat de soldaten vermoord werden
en de hoeren stierven met het zwaard

Dit schrijf ik alleen om je te beroven
dat mijn hoofd, op een ochtend,
druppelend bij de andere generaals
aan je tuinpoort hangt

dat dit allemaal zo voorzien was
zo zul je beseffen dat dit niets betekende voor mij.

*

Geliefden

Bij de eerste jodenvervolging ontmoetten
zij elkaar achter de ruïnes van hun huizen –
Lieve kooplui onderhandelend: haar liefde
ruilend voor een geschiedenis vol gedichten

En aan de hete ovens slaagden
zij er op een listige manier in
een vlugge zoen te wisselen vòòr de soldaat
kwam om er haar gouden tanden uit te slaan.

En in het gapen van de oven
Toen de vlammen hoger torenden,
Trachtte hij haar brandende borsten
te kussen toen ze brandde in het vuur.

Later vroeg hij zich meermaals af
Of de koop wel echt gesloten was?
Terwijl mannen aan het plunderen sloegen:
zij wisten dat men hem bedrogen had.

*

Gedicht voor de messias

Zijn bloed op mijn arm is warm als een vogel
zijn hart in mijn hand weegt zo zwaar als lood
zijn ogen doorheen mijn ogen blinken feller dan liefde
Oh stuur de raaf eerst – gevolgd door de duif

Zijn leven in mijn mond is minder dan iemand
zijn dood op mijn borst is harder dan steen
zijn ogen doorheen mijn ogen blinken feller dan liefde
Oh stuur de raaf eerst – gevolgd door de duif

Oh stuur de raaf eerst – gevolgd door de duif
O zing vanuit je kettingen in een grot geketend
jouw ogen doorheen mijn ogen blinken feller dan liefde
je bloed in mijn ballade verbrijzelt het graf

O zing vanuit je kettingen in een grot geketend
jouw ogen in mijn ogen blinken feller dan liefde
jouw hart in mijn hand weegt zo zwaar als lood
jouw bloed op mijn arm is warm als een vogel

O breek van je takken ‘n liefdesloot, zo groen,
nadat de raaf het leven liet voor de duif

*

Als deze Amerikaanse vrouw

Als deze Amerikaanse vrouw,
wier dijen in nonchalante rode stof gebonden
donderend naast mijn plaats komt
als een in bosbrand staande Mongoolse stam,
dan is de stad onteerd
en broze gebouwen van honderd jaar
spatten open op straat;
en mijn ogen staan in brand
voor de geborduurde Chinese meisjes,
al oud,
en zo klein tussen de dunne pijnbomen
in die grootse landschappen
dat als je je hoofd draait
ze voor uren verloren zijn gelopen.

*

Die heldhaftigheid

Als mijn hoofd licht zou uitstralen
en mensen om zouden kijken vanuit hun auto’s
en me zouden aanstaren;
en als ik mijn lichaam door het heldere water
zou kunnen uitstrekken,
zij aan zij met de vissen en de waterslangen;
als ik mijn veren in mijn vlucht
voor de zon kon vernietigen;
denk je echt dat ik in deze kamer zou blijven,
en je gedichten zou voordragen,
en schaamteloze dromen zou maken
met elke geringe beweging van je mond?

*

Waarschuwing

Als je buur komt te verdwijnen
Ja als je buur zomaar verdwijnt
Die rustige man die zijn grasperk harkte
En het meisje dat altijd de zon zocht

Vertel dit nooit aan je vrouw
Zeg dus nooit onder het diner
Wat is er toch van die man geworden,
Die man die vroeger zijn gazon harkte

Zeg nooit aan je dochter
Terwijl je van de kerk komt
Da’s toch raar van dat meisje
Ik heb ze in geen maand gezien

En als je zoon jou zegt
Dat er niemand naast je woont
Dat zij allemaal verdwenen zijn
Stuur hem zonder eten naar bed

Want zo’n gerucht kan zich verspreiden
En op een mooie avond, bij je thuiskomst
Zullen je vrouw en je dochter en je zoon
Het gesnapt hebben – en wég zijn ze.

*

De vlieg

In haar zwarte harnas
trok de huisvlieg te velde
op Frieda’s slapende dijen,
onverstoord door de vage beweging
van haar zachte hand
die de oefening afzwaaide.

Wat mijn dag verpestte –
die vlieg die nooit van plan was
haar te charmeren of te behagen
bestond het onbeschaamd op die grond te wandelen
En ik die bevend probeerde
voor haar te knielen.

***

Leonard Cohen: De aardse kruidendoos

Omdat de mist geen litteken nalaat

Omdat de mist geen litteken nalaat
Op de donker-groene heuvel,
Zal mijn lichaam er ook geen laten
Op jou, ook niet na vandaag

Als wind en havik elkaar ontmoeten,
Wat is er om te blijven houden?
Dus zo ontmoeten jij en ik elkaar,
wenden ons af, vallen dan in slaap.

Ook al blijven vele nachten duren
Zonder maan noch sterren,
Toch zullen wij het verdragen
Als we weg zijn ver van hier.

*

Onder mijn handen

Onder mijn handen
zijn je kleine borsten
de omgekeerde buikjes
van ademende pas geboren mussen.

Telkens als je je beweegt
hoor ik het geluid van toeklappende vleugels
van vallende vleugels.

Ik ben sprakeloos
omdat je naast mij viel
omdat je wimpers de ruggegraatjes zijn
van piepkleine kwetsbare diertjes.

Ik ben beducht voor de eerste keer
dat je mond
mij jager noemt.

Wanneer je me vraagt dicht te komen
om me te vertellen
dat je niet mooi bent
dan dagvaard ik
de ogen en verborgen monden
van steen en licht en water
om tegen jou te getuigen

Ik verplicht ze
afstand te doen in jouw bijzijn
van het bevende rijm van je gezicht
uit hun diepe kassen.

Als je me vraagt dicht te komen
om me te zeggen
dat je niet mooi bent
dan verander ik mijn lichaam en handen
in waterplassen
waarin je kijkt en lacht

*

Ik ben niet blijven talmen in Europese kloosters

Ik ben niet blijven talmen in Europese kloosters
en heb geen graven ontdekt tussen de hoge grassen
van ridders die zo mooi vielen als hun balladen verhalen;
ik heb het gras niet verdeeld
of opzettelijk als stro achtergelaten

Ik heb mijn geest niet vrijgelaten om te laten dwalen
en te wachten in die grote afstanden
tussen de besneeuwde bergen en de vissers,
als een maan,
of een schelp onder het bewegende water.

Ik heb mijn adem niet ingehouden
opdat ik de adem van G-d zou horen,
of mijn hartslag bedwongen met een oefening,
of gevast voor visioenen.
Alhoewel ik hem dikwijls gezien heb
ben ik niet de reiger geworden,
mijn lichaam aan de kust achterlatend,
en ik ben de lichtgevende forel niet geworden
mijn lichaam in de lucht achterlatend.

Ik heb de wonden en relikwieën niet aanbeden,
noch ijzeren kammen,
noch lichamen verpakt en verbrand in boekrollen.

Ik ben gedurende tienduizend jaren niet ongelukkig geweest.
Gedurende de dag lach ik en in de nacht slaap ik.
Mijn lievelingskoks bereiden mijn maaltijden,
mijn lichaam zuivert en herstelt zichzelf,
en al wat ik doe verloopt naar wens.

*

Ik verlang naar een vrouw

Ik verlang naar een vrouw
want mijn liefste is op zwier
Morgen komt ze zeker niet
Vandaag was ze ook niet hier

Geen vlees is zo perfect
Als aan mijn schat d’r knoken,
En toch lijkt ‘t al zo mijlenver
Van dat vlees blijf ik nu verstoken

Ze lijkt wel op een meesterwerk
In d’een of and’re versterkte stad
Waar pelgrims steeds vertoeven
en menig priester die er ‘n gebed voor bad.

Om te reizen naar mijn grootste schat
Daarvoor ben ik helaas niet in staat
Ook kan ik niet bij haar gaan slapen,
onze liefde is er toch niet mee gebaat.

En toch verlang ik naar een vrouw,
Want vlees is warm en gewillig
Koude skeletten gaan ‘s nachts op stap
En dat is voor mij ook niet zo gezellig.

*

Het totale bezitten

Je bent bezorgd dat ik je zal verlaten.
Ik zal niet van je weggaan.
Enkel vreemdelingen reizen.
Ik bezit alles,
Ik hoef nergens heen.

*

Lied

Ik ging bijna slapen
zonder herinnering
aan de vier witte viooltjes
die ik in het knoopsgat stak
van je groene trui

en hoe ik je kuste, toen
en hoe jij me zoende
verlegen alsof ik
nooit je minnaar was

*

Voor Anne

Nu Annie weg is,
Wiens ogen vergelijk ik
met de morgenzon?

Niet dat ik ooit vergeleek,
Maar nu doe ik het wel
Nu ze weg is.

*

Er zijn de minnaars

Er zijn de minnaars,
ze zijn naamloos, hun verleden alleen bestemd voor elkaar;
en je hebt de kamer, het bed en de ramen.
Doe alsof het een ritueel is.
Spreid het bed uit, begraaf de geliefden, verduister de vensters,
laat ze in dat huis leven, een paar generaties lang.
Niemand durft hen te storen.
Bezoekers op de gang passeren hun deur op kousenvoeten,
ze luisteren naar hun geluiden, naar geklaag, naar een lied:
maar er is geen geluid, niemand ademt.
Je weet dat ze niet dood zijn,
je kunt de aanwezigheid van intense liefde voelen.
Je kinderen groeien op, ze verlaten je,
ze zijn soldaat geworden en ruiter.
Je kameraad sterft na een leven van dienstbaarheid.
Wie kent je? Wie herinnert zich jou?
Maar in je huis is een ritueel aan de gang:
het is niet voorbij: er zijn meer mensen nodig.
Op een dag wordt de deur van de kamer van de minnaar geopend.
De kamer is een dichtbegroeide tuin geworden,
vol kleuren, geuren, ongekende geluiden.
Het bed is zacht als een hostie van zonlicht,
in het midden van de tuin staat het alleen.
In het bed volbrengen de minnaars, traag en opzettelijk en stil
de liefdesdaad.
Hun ogen zijn gesloten,
zo stevig alsof zware muntstukken van vlees op hen liggen.
Hun lippen zijn gekneusd met oude en nieuwe blauwe plekken.
Haar haar en zijn baard zijn hopeloos in de war.
Als hij zijn mond tegen haar schouder drukt
is ze onzeker of haar schouder
een kus gaf of er een kreeg.

Haar hele vlees is als een mond.

Hij beweegt zijn vingers langs haar middel
en voelt zijn eigen middel gestreeld.

Ze houdt hem dichter en zijn eigen armen omhalen haar.
Ze kust zijn hand naast zijn mond.
Het is zijn of haar hand, het is van geen belang,
er zijn zovele zoenen.
Je staat naast het bed, wenend van geluk,
je plukt voorzichtig de lakens weg
van de traag bewegende lichamen.
Je ogen zijn gevuld met tranen, nauwelijks zie je de minnaars.
Als je je uitkleedt zing je het uit, en je stem is prachtig
omdat je nu gelooft dat het de eerste menselijke stem is
die je in deze kamer hoort.
De kledingstukken die je liet vallen worden wijnstokken.
Je klimt in bed en wint het vlees terug.
Je sluit de ogen en laat hen toe ze dicht te naaien.
Je schept een omhelzing en valt er in.
Er is alleen een moment van pijn of twijfel
als je je afvraagt hoevelen er naast jouw lichaam liggen,
maar een mond kust en een hand sust het moment weg.

*

Lied voor Abraham Klein

De vermoeide psalmist pauseerde
legde neer zijn luit
Vertrokken was de Sabbath
en ook zijn bruid

De tafel was vergaan,
De kaarsen zwart en koud.
Het brood zo mooi bezongen,
Zo kostbaar als het zout.

Hij nam zijn luit ter hand,
Al bevend in de nacht.
Hij wist geen noot te spelen
het lag niet in zijn macht

Alleen was de Wet,
De Koning ook verlaten.
Onbewust nam hij zijn instrument,
zingen was voor hem als praten.

Hij zong en niets veranderde
Door het lied voor hen gebracht
Maar dra veredelde zijn gelaat
In zijn ledematen groeide kracht.

*

Lied om me rust te geven

Laat je oogleden rusten
op het water
Word één met de nacht
zoals de bomen
waar je onder ligt

Hoeveel krekels
hoeveel golven
rust na rust
enkele reis naar de kust

Sterren zien
vanuit een andere hoek
en de maan
om zeewier door te halen

Niemand roept de krekels vergeefs
op het juiste moment
op het juiste moment
Niemand zal je bestaan nutteloos
noemen omdat je sterft met de zon

*

Zomerhaiku

(voor Frank en Marian Scott)

Stilte
en een diepere stilte
als de krekels
aarzelen.

*

Mijn geliefde kan slapen

Mijn geliefde kan slapen
Op een zakdoek
Of als het Herfst is
op een afgevallen blad.

Ik heb de jagers zien
Knielen voor haar zoom –
Zelfs in haar slaap
weigert ze dit vertoon.

De enige gift die ze schenken
Is hun duurzaam leed –
Ik ledig mijn zakken
voor een zakdoek of een blad.

*

Geschenk

Je zegt me dat stilte
dichter bij vrede is dan poëzie
maar als ik als geschenk
je stilte zou brengen
(want stilte ken ik)
zou je zeggen
Dit is geen stilte
dit is weer een gedicht
en je zou het mij teruggeven.

*

Ik vraag me af hoeveel mensen in deze stad

Ik vraag me af hoeveel mensen in deze stad
in gemeubileerde kamers wonen.
‘s Nachts heel laat als ik uitkijk op de gebouwen
dan zie ik een gezicht in elk venster, ik zweer het,
terugkijkend naar mij,
en als ik me afwend
vraag ik me af hoeveel er terugkeren naar hun tafel
om dit op te schrijven.

*

Reis

Je liefhebbend, huid op huid, dacht ik dikwijls
Aan reizen zonder geld naar een beslijkte troon
Waar een meester mij zou kunnen leren hoe
samen te zweren tegen de pijn, lief te hebben, ge woon,
in de ongekneusde omhelzing van steen en meer.

Verloren in de velden van je haar was ik nooit verlaten
genoeg om een weg te verliezen die ik moest kiezen;
Ademloos naast jouw lichaam voelde ik me gelaten,
ontbrak de wil die me een verbond, een eed
Of belofte verbood, en vele keren toen je sliep
keek ik vol ontzag verder dan naar jouw schoonheid.

Nu
ik weet waarom vele mannen stopten en huilden
Halfweg tussen de liefdes, die ze verlaten en zoeken,
Vroeg ik me af of de reis hen ergens heen zou brengen  –
Horizonten houden de zachte lijnen van je wang,
De winderige hemel is een slot voor je haar.

*

Ik heb twee stukken zeep

Ik heb twee stukken zeep,
het aroma van amandel,
een voor jou en een voor mij.
Haal het bad,
we zullen elkaar wassen.

Geld heb ik niet,
ik vermoordde de apotheker.

En hier is een flesje olie,
net zoals in de Bijbel.
Lig in mijn armen,
Ik zal je vlees doen glinsteren.

Geld heb ik niet,
Ik vermoordde de parfumier.

Kijk door het venster
naar de winkels en de mensen.
Vertel me wat je wenst,
binnen het uur ligt het aan je voeten.

Geld heb ik niet,
Geld heb ik niet.

*

Het hoorndragerslied

Als dit op een gedicht lijkt
waarschuw ik je maar best vooraf
dat dit niet bedoeld is als gedicht.
Ik wil niks tot poëzie verdraaien.
Ik weet welk deel ze erin speelt
maar ik bekommer me er nu niet om.
Dit gaat tussen jij en ik.
Persoonlijk geef ik er niet om wie wie verleidde:
in feite vraag ik me af of ik het mij wel een moer scheelt.
Maar een man moet wel iets zeggen.
Hoe dan ook je goot haar 5 Stella’s op,
bracht haar naar je kamer, zette de gepaste platen op,
en in een paar uur was het zover.
Ik weet alles over passie en eer
maar ongelukkiglijk had dit daar niks mee te maken:
o, er was passie, daar ben ik zeker van,
en zelfs een beetje eergevoel
maar het belangrijkste was voor hoorndrager Leonard Cohen.
Verdomd, ik kan evengoed dit aan de twee van jullie richten:
ik heb geen tijd om iets anders te schrijven.
Ik moet mijn gebeden zeggen.
Ik moet aan het venster wachten.
Ik herhaal: het belangrijkste was voor hoorndrager Leonard Cohen.
Ik hou van deze regel omdat mijn naam er in staat.
Wat me echt ziek maakt
is dat alles verder gaat als voordien:
Ik ben nog zo’n soort vriend,
Ik ben nog zo’n soort geliefde.

Maar niet voor lang:
daarom vertel ik dit tot jullie beiden.
Het feit is dat ik in goud verander, verander in goud.
Het is een lang proces, zeggen ze,
het gebeurt in stadia.
Hiermee informeer ik je dat ik al veranderd ben in klei.

*

Ochtendlied

Ze droomde dat de dokter kwam
Die haar been afzette vanaf de knie.
Dat droomde ze op een morgen
Van een nacht toen ze naast mij sliep.

Nu kwam ik niet voor in haar droom
Noch de schreeuw van de geamputeerde,
Toch vertelde ze het aan mij op een morgen
Van een nacht toen ze naast mij sliep.

*

De bloemen die ik in de grond liet

De bloemen die ik in de grond liet,
die ik niet verzamelde voor jou,
breng ik vandaag terug, allemaal,
om ze voor altijd te laten groeien
niet in gedichten of in marmer,
maar waar zij vielen en verrotten.

En de schepen in hun grote stellages,
enorm en vergankelijk als helden,
schepen die ik niet kon besturen,
breng ik terug, vandaag,
om ze voor altijd te laten varen,
niet als model of in een ballade,
maar waar ze schipbreuk leden en verzonken.

En het kind op wiens schouders ik sta,
wiens verlangen ik zuiverde
met publieke, koninklijke discipline,
ik breng het terug, vandaag,
opdat het blijvend smachte,
niet in vertwijfeling of biografisch;
maar waar hij bloeide,
geniepig groeiend en behaard.

Het is geen kwaad opzet dat me weghaalt,
dat me tot afstand doen, dwingt tot verraad:
het is hunkering, ik ga om de hunkering om jou.
Goud, ivoor, vlees, liefde, G-d, bloed, maan –
Ik ben de specialist geworden van de catalogus.

Mijn lichaam was eens zo vertrouwd met glorie,
mijn lichaam is een museum geworden:
dit deel als herinnerend omwille van iemands mond,
dit om een hand,
dit om de vochtigheid, dit om de hitte.

Wie bezit iets dat hij niet maakte?
Met jouw schoonheid ben ik net zo min betrokken
als met de manen van de paarden en de watervallen.
Dit is mijn laatste catalogus.
Ik adem het ademloze
Ik hou van je, ik hou van je –
en laat je voor altijd gaan.

*

Een vlieger is een slachtoffer

Een vlieger is een slachtoffer waar je zeker van bent.
Je houdt ervan omdat het zacht
genoeg trekt om je meester te roepen,
sterk genoeg om jezelf een gek te noemen;
omdat het leeft
als een getrainde valk
in de hoge zoete lucht,
en je kunt hem altijd naar beneden halen
om hem te temmen in je lade.

Een vlieger is een vis die je al gevangen hebt
in een plas waar geen vis in zit,
dus bespeel je hem met zorg en lang,
en hoop je dat hij niet opgeeft,
of dat de wind hem dood laat vallen.

Een vlieger is als het laatste geschreven gedicht,
dus geef je het aan de wind,
maar je laat het niet los
tot iemand jou vindt
om iets anders te doen.

Een vlieger is een contract van glorie
dat met de zon moet worden getekend,
dus maak je vrienden met het veld,
de rivier en de wind,
dan bid je de hele koude nacht voordien,
onder de voorbijgaande touweloze maan,
om je waardig en lyrisch en puur te maken.

*

Er zijn van die mannen

Er zijn van die mannen
die bergen zouden moeten bezitten
om hun namen voor eeuwig te dragen.

Grafstenen zijn niet hoog
of groen genoeg,
en zonen gaan ver weg
om de greep te verliezen
van hun vaders hand, die steeds een vuist zal lijken.

Ik had een vriend:
hij leefde en stierf in complete stilte
en met waardigheid,
liet geen boek of zoon na, geen geliefde om te betreuren

Noch is dit een klaagzang,
maar enkel het benoemen van die berg
waarop ik wandel,
geurig, donker en zacht wit
onder de bleke mist.
Ik noem deze berg naar hem.

*

Saiah

voor G.C.S.

Tussen de bergen van specerijen
steken de steden hun parelen koepels en filigreinen spitsen.
Nooit voorheen was Jeruzalem zo mooi.
Hoeveel pelgrims knielden in de gesculpteerde tempel,
verloren in de maten van tamborein en lier,
voor de glorie van het ritueel?
Getraind in gratie togen de dochters van Zion,
niet minder prachtig dan de gouden beeldhouwkunst,
de praal van ornamenten aan hun geparfumeerde voe-ten.
Vanuit de paleizen werd bestuurd.
Rechters, hun fortuinen bij wet geregeld,
achterover leunend en kosmopolitisch, prezen de rede.
De handel als een sterke wilde tuin
bloeide in de straat.
De munten schitterden, met het wapen precies geslagen,
de nieuwe leken bijna nat.

Waarom ging Isaiah tekeer en schreeuwde hij,
Jeruzalem is te gronde gegaan,
uw steden zijn vernield door vuur?

Op de geurende heuvels van Gilboa
waren de herders ooit rustiger,
de schapen vetter, de witte wol nog witter?
Er waren vijgenbomen en boomgaarden, er was cider,
waar de mannen dagelijks werkten in de geurige lucht.
Nieuwe mijnen zo fris als granaatappels.

   Rovers verdwenen van de wegen,
de wegen kaarsrecht.

Er waren jaren vol koren tegen honger.
Vijanden? Wie hoorde ooit van een rechtvaardige staat
die geen vijanden kent,
maar de jeugd was sterk, boogschutters hooggeschoold,
hun pijlen doeltreffend.

Waarom dan die gekke Isaiah,
die zelf vaag naar wildernis rook,
waarom schreeuwde hij uit,
Uw land is desolaat?

Ik zal dus zingen voor mijn teerbeminden
een lied van mijn geliefde aangaande d’r haar
dat puur metaalzwart is
geen rebelse prins kan het bezoedelen,
van mijn geliefde aangaande haar lichaam
geen valse afzweerder kan haar omkopen,
van mijn geliefde aangaande haar ziel
geen trouweloze raadgever kan in gloed ontsteken;
van mijn geliefde aangaande de bergen van specerijen
hen mooi makend in plaats van te verbranden.

Nu ondergedompeld in onuitspreekbare liefde
dwaalt Isaiah, gekozen, struikelend
tegen de gesculpteerde muren die hun volle ouderdom
in hun omhelzing en poeder verteren
als hij voorbij gaat. Hij wankelt onder
het vallend stof van spitsen en koepels,
uitwissend ritueel: de Heilige Naam, half-uitgesproken,
ligt verloren op de tong van de zanger; hun bladen traag,
congregaties knipperen, gekweld en sprakeloos.
Bij de wending van de reis
onder zware bomen slaapt hij
volwassen in sintel en kruimels:
de hele boomgaarden verenigen zich met de wind
zoals stijgende zwermen raven.

De rotsen worden weer water, het water wordt verspild.
En terwijl Isaiah vriendelijk een lied neuriet
om het schuldige land onveroordeeld te maken,
behouden de mannen, waarheidsgetrouw verlaten en alleen,
alsof ze getuigen zijn van een mirakel,
hun schoonheid in de gezichten van elkaar.

***

Leonard Cohen: Bloemen voor Hitler

Wat ik hier aan het doen ben

Ik weet niet of de wereld gelogen heeft
Ik heb gelogen
Ik weet niet of de wereld samenzwoer tegen de liefde
Ik heb samengezworen tegen de liefde
De sfeer van foltering is geen troost
Ik heb gefolterd
Zelfs zonder de paddenstoelwolk
zou ik toch gehaat hebben
Luister
Ik zou dezelfde dingen hebben gedaan
zelfs als er geen doden vielen
Ik wil niet behandeld worden als een dronkaard
onder de koude kraan van feiten
Ik weiger het universele alibi

Zoals een lege telefooncel ’s nachts gepasseerd
en herinnerd
zoals spiegels in de lobby van een filmpaleis
enkel bekeken bij het buitenkomen
als een nymfomaan die duizenden bindt
tot vreemd broederschap
Ik wacht
op elkeen om te bekennen

 *

Ik wou dokter worden

De bekende dokter hield grootmoeders maag omhoog.
Kanker! Kanker! schreeuwde hij uit.
De operatiezaal viel plat.
Geen enkele stagiair had nog enige ambitie.

Kanker! Zij keken alien de andere kant op.
Zij dachten dat Kanker op zou springen
en hen zou grijpen. Ze haatten het zo dicht te staan.
Dit gebeurde in Vilna in de Medische School.

Niemand kon stil blijven zitten.
Zij zouden eens naast een Kanker kunnen zitten.
Kanker was aanwezig.
Kanker werd uit de fles gelaten.

Ik keek naar het bovenlicht.
Ik wou dokter worden.
Al de stagiairs spoedden zich naar buiten.
De bekende dokter hield de maag nog vast.

Hij was alleen met Kanker.
Kanker! Kanker! Kanker!
Het liet hem koud wie het al dan niet hoorde.
Het was zijn 87ste kanker.

*

De conventie van de lade 28 november 1961

Is er iets leger
dan de lade waarin
je vroeger opium bewaarde?
Wat een zwart-ogige Susan
onzichtbaar in een ordinair madeliefje
is mijn mooie keukenlade!
Wat een neus without gaten
is mijn kale houten lade!
Wat een mand zonder eieren!
Wat een plas without schildpad!
Mijn hand heeft de lade
als een rat verkend
in een experimentele doolhof.
Lezer, ik mag gerust zeggen
dat er geen leger lade is
in heel de Christenheid!

*

De onzichtbare kwaal

Te koortsig om aan te dringen:
“Mijn wereld isterreur,” hij bedekt
zijn pols en telt
de oorlog af.

Zijn arm is niet verbrand
zijn vlees intact: de getallen
die hij leerde van
een filmhaspel.

Hij bedekt zijn pols onder
de tafel. De dronkaards
misten zijn onzichtbare kwaal.

Een melodie zwelt aan.
Zijn huid is leeg.
Zijn kopje krijgt hij niet omhoog
Het lukt hem niet! Het lukt hem niet!

Het koor groeit aan.
Net als zijn zwijgen. Niets,
dat weet hij, er valt niets
te noteren.

*

Opium en Hitler

Van verscheiden overtuigingen
de sprong – zo klonk het bevel opium
en Hitler niet wakker maken,
slaapwel

Een Negerin van
een eetlustig ras bracht hem
op de idee dat hij niet
blank was

Opium en Hitler
’t stond zo vast
aIs een muur dat de wereld glas was.
Er was geen kuur

voor het geval ontwapend
als toen: zijn staat verrees
op een verzworen zoen.

Eens een droom gespijkerd
aan de lucht een zomerzon die heet
aan de hemel zucht.

Hij wou
de huid van geblinddoekte zinnen,
hij wou de
middag doen beginnen.

Een wet gebroken -niets
hield er stand bij. De
wereld was van was, de
zijne kneedde hij.

Nee! Hij knoeide
aan zijn dosis geschiedenis
De zon kwam vrij,
zijn vrouw dichtbij.

Verloren in de duisternis
zouden hun lichamen verder raken,
de Leider begon
zijn raciale toespraken

*

Het gebruikt ons!

Klim deze hoop op
door de camera aan de man gebracht:
wil je een schedel pakken, schat
voor bij de wijn, voor vannacht besteld?

Kun je een kap dragen, eis deze
verbrande voor u op of is deze
dood onbruikbaar het vreemde
en nieuwe lot?

In de gezichten van onze leiders
(ofschoon zij het verleden zouden
betreuren) kun je lezen hoe zij van
de Vrijheid houden?

In mijn eigen spiegel stralen
hun ogen af op mij: mijn gezicht is van
hen, mijn ogen uitgebrand en
vrij.

Nu hebben u , mijn liefste, en ik
deze hoop beklommen: vanop
deze hoogte huiveren we nu zij
de grenzen gommen.

Kus me met uw tanden Alles is
mogelijk onder de zon fluisteren
museumovens van een oorlog die
de Vrijheid won.

*

Erfstuk

De folterscene speelde zich af onder een glazen bel
net zoals een dure klok beschermd zou worden.
Ik verwachtte bijna een gongslag
toen de tang werd gebruikt
en het lichaam schokte en viel flauw.
Allen waren heel klein en ze hadden roze wangen
en als ik een schreeuw van triomf of pijn had kunnen
horen, dan zou hij even klein zijn geweest als de mond die
hem voortbracht of als een enkele noot van een muziekdoos.
De bel van het toneel werd opgesteld
als een gigantische barokke parel
op een trouwring of een broche of een medaillon.
Ik weet dat je je naakt voelt, kleine schat. Ik weet
dat je het leven op het platteland haat en kunt niet wachten tot
de glinsterende tijdschriften elke week of elke maand aankomen.
Kijk nog eens naar je grootmoeders huis. Ergens ligt een erfstuk.

*

AL WAT ER TE WETEN IS OVER ADOLPH ElCHMANN

OGEN:…………………………………………….. Gemiddeld

HAAR:…………………………………………….. Gemiddeld

GEWICHT:…………………………………………Gemiddeld

LENGTE:…………………………………………… Gemiddeld

SPECIALE KENMERKEN:…………………..Geen

AANTALVINGERS:…………………………….. Tien

AANTALTENEN:…………………………………..Tien

INTELLIGENCE:……………………………………Gemiddeld

Wat had u verwacht?
Klauwen?
Te grote snijtanden?
Groen speeksel?
Gekheid?………………………………………………………..

*

Hemel

De grote gaan voorbij
zij gaan voorbij zonder iets aan te raken
zij gaan voorbij zonder kijken
elkeen in hun eigen plezier
elkeen in hun eigen vuur
Van elkaar
zij hebben niets nodig
zij hebben de diepste nood
De grote gaan voorbij

Vastgelegd in een veelvoudige hemel
ingelegd in een eindeloos gelach
zij passeren
als sterren van verschillende seizoenen
als meteoren van verschillende eeuwen

Vuur onverminderd
door het voorbijgaand vuur
gelach niet weggeteerd
door de troost
zij gaan elkaar voorbij
zonder aan te raken zonder te kijken
willen alleen maar weten
de grote gaan voorbij

*

Hitler

Laat hem nu maar met de geschiedenis gaan slapen,
het echte skelet stinkend naar benzine,
de Mutt-en-Jefftrawanten naast hem:
laat ze slapen tussen onze dierbare papavers.

Kaders van de SS worden wakker in onze geesten
waar ze begonnen vooraleer we hen rantsoeneerden
dat werkelijk leeg koninkrijk bevolken wij
met de schaduwen die onze innerlijke vrede storen.

Een tijdje weerstonden we aan de zilver-zwarte auto’s
voorbijdeinend in een trage parade doorheen het brein.
We proppen de microfoons vol met oude chaotische bloemen uit een bed
dat zichzelf vlug tot uitputting brengt.

Het doet er niet toe. Zij verschijnen als papavers naast de
grafstenen en bibliotheken van de echte wereld.
Het onmetelijke plan van de leider, de schuine kant van zijn kin lijken buitensporig
vertrouwd met vredige gedachten.

*

De mislukking van een onvergankelijk leven

De handelaar-in-pijn kwam thuis
na een zware dag van folteringen.

Hij kwam thuis met zijn tang.
Hij zette zijn zwarte zak neer.

Zijn vrouw raakte een gevoelige plek
en een schreeuw voordien nooit gehoord.

Hij bekeek haar echte leven in Dachau,
wist dat zijn loopbaan op de klippen liep.

Viel er nog iets anders te verzinnen?
Hij verkocht zijn zak en tang,

ging in de vernieling. Een man moet in staat zijn
iets voor zijn vrouw te versieren.

*

Wielen, vuurwolken

Ik schoot mijn ogen doorheen de laden van uw lege
doodskisten,

Ik was getrouw.
Ik was iemand die zijn hoofd uitstak.

*

De muziek kroop bij ons

Ik wou de bedrijfsleiding
er op wijzen
dat de drankjes waterig zijn
en het afrekenmeisje met de muts
heeft syfilis
en het orkestje is samengesteld
uit oud SS-monsters
Hoe dan ook aangezien het
de dag voor nieuwjaar is
en ik lipkanker heb
zal ik mijn
papieren hoedje zetten op mijn
hersenschudding en gaan dansen

*

Hydra 1960

Alles wat beweegt is wit,
een zeemeeuw, een golf, een zeil
en beweegt te zuiver om na te bootsen.
Verniel de pijn.

Doe niet alsof je berust.
Vertroosting werd nooit, zal nooit
worden gekust. Pijn kan niet zo
licht compromitteren.

Voeg geweld toe aan pijn,
verniel het makkelijke inzicht,
de voor de hand liggende waarschuwing, geef water
aan diegenen die zouden moeten branden.

Deze zijn meedogenloos: hanegekraai,
gebleekte geitenschedel.
Ontleedmessen
worden gekweekt met klaprozen als je ze
echt rood ziet.

*

Koningin Victoria en ik

Koningin Victoria
mijn vader en al zijn tabak hielden van u
Ik hou ook van u in alle uw vormen
de slanke niet mooie maagd die iedereen wou wippen
de witte figuur vlottend te midden van Germaanse baarden
de stoute gouvernante van de enorme roze landkaarten
de eenzame huilebalk van een prins
Koningin Victoria
Ik heb het koud en ik ben regenachtig
Ik ben vies als een glazen dak in een station
Ik voel me als een lege expo van ijzeren afgietsels
Ik wil versieringen op alles en nog wat
omdat mijn liefde vergaan is met de andere jongens
Koningin Victoria
hebt u een straf onder het witte kant
wilt u kortaf zijn met haar
en doe haar bijbeltjes lezen
wilt u haar lijfelijk straffen met een mechanisch corset
Ik wil haar puur als macht
Ik wil haar huid lichtjes muf van onderrokken
wilt u de makkelijke bidets uit haar hoofd wassen
Koningin Victoria
Ik ben niet zo erg gevoed door moderne liefde
Wilt u in mijn leven komen
met uw verdriet en uw zwarte rijtuigen
en uw perfect geheugen
Koning Victoria
De 20ste eeuw hoort u en mij toe
Laten we twee strenge reuzen zijn
(niettemin eenzaam door ons samenzijn)
die testbuizen ontkleuren in de hallen van de wetenschap
die op elke wereldtentoonstelling niet welkom zijn
zwaar van spreekwoorden en correcties
die de van sterren duizelende toerist verwart

*

Ik wist het net

Ik wist het net
Ik wist waarom ik je moest bedanken
Ik zag de machtige regerende mannen in zwarte pakken
Ik zag ze ongekleed in de armen van de jonge maitresses
de mannen naakter dan de naakte vrouwen de mannen
stil aan het huilen
Nee dat is het niet Ik vergeet waarom ik je moet
danken wat betekent dat ik achter blijf met alleen
verlangen
Hoe oud ben je Hou je van je dijen
Ik wist het net
Ik had een reden waarom ik de foto van je
mond mijn gesprek laat vernielen
Er is iets op de radio de laatste noot
van een Mexicaans lied Ik zag dat de muzikanten uitbetaald werden
zij zijn zelfs niet verrast zij wisten dat het enkel hun werk was
Nu ben ik het compleet verloren
Veel mensen denken dat je mooi bent
Wat vind ik daarvan Ik voel er niks voor
Ik had een schitterende reden om je niet louter
het hof te maken Ik was intiem met de kranten
Ik zag geheime overeenkomsten op hoog niveau
Ik zag mannen die hielden van hun mondaine wereld
ook al hadden ze door grote elektrische telescopen gekeken
toch dachten ze dat hun mondaine wereld ernstig was
niet alleen een hobby een smaak of argeloze aanstellerij
zij dachten dat de kosmos luisterde
Plotseling werd ik angstig een van hun
obscure voorschriften kon ons van elkaar scheiden
Ik was klaar om vergiffenis te vragen
Nu ben ik aan het stadium van vernedering
Ik weet niet meer waarom ik dit begon
Ik wou over je ogen praten
Ik weet niks van je ogen en je hebt opgemerkt hoe weinig ik weet
Ik wil je ergens veilig ver van de hoge posten brengen
Ik zal je later bestuderen Velen willen
stilletjes naast je uithuilen

4 juli 1963

*

De weg terug

Maar ik ben niet verloren
net zo min als bladeren verloren zijn
of begraven vazen
Dit is niet het goeie moment
Ik zou je alleen van gedacht doen veranderen

Ik weet het dat je mij verrader moet noemen
omdat ik mijn bloed heb verspild
in doelloze liefde
en je hebt gelijk
Bloed als dit
heeft nooit een millimeter van een ster gewonnen

Je weet hoe je mij moet noemen
alhoewel nu zo’n geluid
alleen de lucht zou verwarren
Niemand van ons kan de passen vergeten
van onze dans de woorden die
je uitstrekte om me uit het stof te halen

Ja, ik verlang naar jou
niet enkel zoals een blad naar het weer verlangt
of een vaas naar handen
maar met een smal menselijk verlangen
dat een man alle veldslagen weigert
tenzij de zijne

Ik wacht op jou op een
onvoorziene plek tijdens jouw reis
als de geroeste sleutel
of het veertje dat je niet oppikt
tot op de terugweg
als het klaar is geworden
de verre en pijnlijke bestemming
veranderde niets in jouw leven

*

Bij het horen van een lang onuitgesproken naam

Luister naar de verhalen verteld
door mannen over verleden jaar
alsof ze over hier verhaalden
maar ze gebeurden daar

Luister naar een naam zo prive
dat het kan branden als het luidop
gezegd wordt houd het dus
aan banden

De geschiedenis is een spuitje
om mensen in slaap te wiegen
ingewreven met het vergift van allen
die ze niet beliegen

Een naam die jou redde
heeft een smaak zo naar
maakt aanspraak op een vreemd lichaam
ingevroren in de rest van ’t vorig jaar

En wat als het leven draalt
terwijl men monumenten zet dan bewijkt
zijn laatste gefluister in letters
in goud gezet

Maar het schreeuwen van gesmoorde rijpheid
geselt me op mijn knieën neer
Ik val mee met de vallende sneeuw
in de zee – keer op keer.

Ik heb met de jagers honger
en ik ben even kwiek
en ik ben met de gejaagde
zacht en naakt en energiek

Ik ben met de huizen
die wegspoelen in de regen en laat
geen tanden van zuilen om ze
weer bijeen te vegen

Laat de mannen namen verdoven
schraap winden bij elkaar die blazen
luister naar de verhalen die je nooit zullen verbazen

En weten is genoeg van waar
deze bergen komen waar
nooit iets eeuwigs blijft
huizen muren of bomen

*

Stijl

Ik geloof de radiozenders
van Rusland of Amerika niet
maar ik hou van de muziek en ik hou van
de plechtige Europesestemmen die jazz aankondigen
Ik geloof niet in opium en geld
hoewel ze moeilijk te krijgen zijn
en bestraft worden met lange zinnen
Ik geloof niet in liefde
in het midden van mijn slavernij ik
geloof niet
dat ik als man in mijn huis zit
op een boomloos eiland van Argolis
Ik zal het gras van mijn moeders gazon vergeten
Ik weet het
Ik zal het oude telefoonnummer niet meer weten
Fitzroy zeven acht twee nul
Ik zal mijn stijl vergeten
ik zal geen stijl hebben
Ik hoor honderd mijlen van hongerige statistieken
en het vroegere klare water dat de rotsen eet
ik hoor de bellen van de etende muildieren
Ik hoor de bloemen die de nacht eten
onder hun schaapskooien
Nu plant een haan met een scheermes
de bloederziekte een diepe snede dwars doorheen
de zachte zwarte hemel
en nu weet ik zeker
dat ik mijn stijl zal vergeten
Misschien zal een geest opengaan in deze wereld
misschien zal een hart regen vangen
Niets zal genezen en niets zal bevriezen
maar misschien zal een hart regen vangen
Amerika zal geen stijl hebben
Rusland zal geen stijl hebben
Het gebeurt in het achtentwintigste jaar
van mijn aandacht
Ik weet niet wat er zal geworden
van de muildieren met hun vrouwenogen
of het vroegere klare water
of van de reuzehaan
De gulzige vroege-morgenradio eet
de regering een na een de talen
de papavervelden een na een
Verder dan de genummerde strook
ontwikkelt zich een stilte voor elke stijl
voor de stijl waar ik aan werkte
een uiterlijke stilte als de ruimte
tussen insekten in een zwerm
elektrisch niet herinnerend
en het is naar ons gericht
(ik ben slaperig en angstig)
het komt ons toe broeders

*

Vermommingen

Het spijt me dat de rijke man moet gaan
en dat zijn huis een hospitaal is geworden
Ik hield van zijn wijn, zijn minachtende bedienden, zijn tien jaar oude plechtigheden.
Ik hield van zijn auto die hij als een slakkenhuis overal droeg, en ik hield van zijn vrouw,
de uren die zij stak in haar huid,
de melk, de lust, de industrieën
die in dienst stonden van haar gelaatskleur
Ik hield van zijn zoon die er Brits uitzag
maar die Amerikaanse ambities had
en laat het woord aristocraat hem gerust stellen zoals een gratie tijdens Kennedy’s bewind
Ik hield van de rijke man: ik heb er een hekel aan
te zien dat mijn seizoenticket voor de Opera
in het bad valt voor de operaliefhebbers.

Het spijt me dat de oude werker moet gaan
hij die me ‘meneer’ noemde toen ik twaalf was
en ‘sir’ toen ik twintig was
die tegen mij in studeerde in obscure socialistische
clubs tijdens ontmoetingen in restaurants.
Ik hield van de machine die hij kende als zijn vrouw d’r lichaam
ik hield van zijn vrouw die bankiers opleidde
in een ondergrondse provisiekamer
en die nooit haar ambitie verloor in keramiek.
Ik hield van zijn kinderen die debatteerden
en de eersten waren in de McGill universiteit.
Vaarwel vroegere winnaar van het gouden horloge
al uw complexe loyauteiten
moeten nu geboren worden door patriotten met één gezicht

Vaarwel verslaafde vrienden van Noord Ooster Lunch
circa 1948, jullie lepels die niet
van Zweeds roestvrij staal waren, hadden dezelfde kleur
als de gehamsterde gespen en haken
van de afgedankte besmeurde therapeutische corsetten?
Ik hield van je woordspelingen over de sneeuw
ook al duurden ze de volle zeven-maand
Montreal winter. Ga je memoires
schrijven voor het Psychedelisch Tijdschrift.

Vaarwel vrienden van de seks van Beaver Pond
die droomden zich te laten aftrekken
door elektrische melkmachines.
Jullie hadden geen Canadese Raad.
Jullie hadden geen open jongetjes
met een pennenmes.
Ik hield van jullie verklaring aan de pers:
‘Ik denk niet dat hij er iets op tegen had.’
Vaarwel welbespraakte monsters
Abbott en Costello hebben Frankenstein ontmoet.

Het spijt me dat de samenzweerders moeten gaan diegenen die me bang maakten door me
een lijst van al mijn familieleden toonden
Ik hield van de manier waarop zij recht pleegden
over Genghis Khan. Zij hielden van mij omdat
ik hen vertelde dat de baardjes
hen klokkenluiders van de dood voor Lenin maakten
De bommen ontploften in Westmount
en nu zijn ze beschaamd
als een succesrijke openhartige Schopenhauer-volgeling
diens kamergenoot zelfmoord pleegde.
Plotseling maken ze nu allemaal films.
Er is niemand die ik op een koffie wou tracteren.

Ik verwelkomde het onveranderlijke
de gecompromitteerde mannen in publieke zalen vergeetachtig als Hassidims
die geloven dat zij iemand anders zijn.
Bravo! Abelard, viva! Rockefeller,
neem deze broodjes, Napoleon,
hoera! bedrogen Gravin,
Lang leve uw chronische eigen misbruiken!
uw monotheïsten!
uw vertrouwelingen van het Absolute
zuigend aan cirkels!

U allen zijn mijn troost
als ik de bijenkorf onder de ogen zie
als ik mijn stijl te schande maak
als ik mijn natuur ruw maak
als ik grappen uitvind
als ik mijn kousenband optrek
als ik verantwoordelijkheid aanvaard.

U troost me
onverbeterlijke verraders van uzelf
als ik het fatsoen verwelkom
en mijn geest breng
als een promiscuë airhostess
die parachutes uitdeelt tijdens een neuslanding
zorg ervoor dat mijn geslachte geest
op de feiten afgaat.

 *

Kersenboomgaarden

Canada er staan u enkele oorlogen te wachten
bedreigingen
gescheurde vlaggen
de erfenis is niet genoeg
Uit wilde ideeën moeten onder de hamer
gezichten gesmeed worden
Brievenbussen zullen ontploffen
in de kersenboomgaarden
en iemand zal voor altijd wachten
op de forse cheque van zijn grootvader
Uit mijn diepzinnig café bewaak ik de stille sneeuwvelden
als een U.S. -promotor
van een nieuwe plastic sneeuwschoen
uitkijkend naar een bewegend stipje
een troika misschien
een balling
een ijskoude profeet
een Indiaanse opstand
een brandend weerstation
Er ligt een verhaal te rapen jongens
Canada zou u niet enkele folksongs kunnen brengen
over vrijheid en dood

*

Trams

Zag u de trams
passeren zoals voorheen
langs de St.-Katrienstraat?
Gouden trams
voorbijgaand onder een betraande
Tempel van het Hart
waar de krukken hangen
als catatonisch aangedreven twijgjes.
Een magere jonge priester
vouwt zijn zaad in een kleenex
zijn gezicht gloeit
in het voorbijgaand goud
als de wereld terugkeert.
Een mooie bende verzamelt de burgerij
in zijn krampen
als het verleden er opnieuw is
in de vorm van gouden trams.
Ik draag een spandoek:
‘Het Verleden is Perfect.’
Mijn kleine nichtje
die niet gelooft
in onze religieuze bestemming
drijft heerlijk op mijn heimwee.
De trams maken een révérence
om de hoek.
Knalbonbons en nachtvlinders
druppelen van hun nederige draden.

*

Niets kan ik verliezen

Toen ik mijn vaders huis verliet
stond de zon halfweg aan de horizon,
mijn vader bracht ze naar mijn kin,
als een boterbloem uit ons gazon.

Mijn vader was een echt slangevel,
een tovenaar, grappenmaker, leugenaar,
maar zijn beste truc van allemaal:
in het vuur, als afscheid, kusten wij elkaar.

Een mijl boven Niagara Falls
bracht een duif mij de boodschap
van zijn dood. Ik miste geen stap,
er is niets wat ik kan verliezen.

Morgen zal ik een truc bedenken
die ik niet ken, vanavond noch vannacht,
de wind, de mast zal het vertellen
en het verblindend licht, zo zacht.

*

Het voortuingazon

De sneeuw viel
over mijn pennemes.
Er was een film
in de open haard
De appels waren verpakt
in acht jaar oud blond haar
Verhongerend en vuil
de dochter van de conciërge
kwam nooit langs in november
om uit haar zachte spleet
op het grint te plassen

Eéns ga ik terug
als mijn huid afgeworpen is
De olmbladeren vallen
op mijn pijl en boog
Het snoepgoed verpietert
en de scoutskalenders
staan in lichtelaaie

Mijn ouwe moeder
zit in haar Cadillac
ze lacht haar Donaulach
als ik haar vertel dat wij
al de wormen bezitten onder ons voortuingazon
Roest roest roest
op de motoren van liefde en tijd

*

De Wijde Wereld

De wijde wereld zal over deze boerderij
alles ontdekken
de wijde wereld zal leren
de details die ik
in de bajes uitwerkte

En jouw merkwaardig leven met mij
zal zo vaak verteld worden
dat niemand zal geloven
dat je zo oud werd

*

De lijsten

Gebombardeerd door Milky Way
ingeënt door een grijns van wolken
de hersenen afgesneden door het boorgat van de maan
viel hij in een hoop
wat vrouwegeur
over zijn gezicht uitgesmeerd
een plan voor de Sociale Zekerheid
roestend in een broeksmanchet

Van vijf tot zeven
behandelden grote bomen hem
de mist zwierf als een wacht
Toen begon het opnieuw
de zon stak een wapen in zijn mond
de wind begon hem te stropen
Geef het Plan op geef het Plan op
weerkaatstend tussen zijn schaar
De vrouwen die hem verkozen hadden
voerden erotische gymnastiek op
boven de effectenverslagen
van zijn faam en die van elke held
Uit de hoek van zijn gevulde oog
geëtst in slecht metaal
onder zijn letter van het alfabet
zag hij duidelijk zijn kleine naam
Toen schoof een museum als een schop
onder zijn overblijfselen

*

Belofte

Je blonde haar
is hoe ik leef –
verpulverd door het licht!

De afdruk van je mond
is de geboorteplek
op mijn kracht.

Van jou te houden
is het beleven
van mijn ideaal dagboek

dat ik mijn lichaam
beloofd heb
nooit te zullen schrijven!

*

Voor E.J.P.

Eens geloofde ik dat een enkele regel
in een Chinees gedicht voor altijd
kon veranderen hoe bloesems vallen
en dat de maan zelf klom op
het verdriet van kort maar krachtig
wenende mannen reizend naar de glazen wijn
Ik dacht dat de invasies van kraaien begonnen waren
die naar een skelet pikken
gezaaide en verweerde dynastieën
om de taal van een mooi klaaglied te dienen
Ik dacht dat gouverneurs hun leven eindigden
als zoet bedronken monniken
die de klok lazen in de regen en de kaarsen
aangeleerd door de bedevaart van een insekt
op het blad – dat alles
dus kan men een perfecte brief van een balling
zenden naar een zeer ouwe vriend aan huis

Ik koos een eenzaam land
zat op zwart zaad door de liefde
verachtte de broederschap van de oorlog
Ik polijste mijn tong tegen de puimstenen maan
liet mijn ziel drijven in kersenwijn
een geurende staatsiesloep voor de Heren van het Geheugen
om naar te smachten om van te drinken om uit
hun voorraad kracht te fluisteren
zoals bij de mist langs de oever
hun meisjes hun kracht nog gehoorzamen
zoals klokken voor altijd wonden slaan
Ik wachtte tot mijn tong pijn deed

Bruine bloembladen draaien als vuur rond mijn gedichten
Ik wilde ze naar de sterren brengen maar
als regenbogen kromden ze af
voor ze de wereld in tweeën zaagden
Wie kan de paden in de diepe ravijnen volgen
die het vee te laat gesneden heeft
dolend van grasland tot feestmalen
Laag op laag herfstbladeren
worden weggeveegd
Iets vergeet ons compleet

***

Leonard Cohen: Hemelparasieten

Op een nacht verbrandde ik

Die nacht verbrandde ik mijn geliefde huis,
De lichtschijn was een perfecte ring
waarin ik stenen zag en onkruid,
verder weg niets, geen enkel ding.

Bepaalde schepsels uit de lucht geboren
Door de nacht angstig en bevreesd,
Bekeken de wereld met nieuwe ogen
ze zijn één met het licht geweest.

Nu zeil ik van streek tot streek
En het uitgestrekte donker zingt
Tegen de boot, ik maakte hem gereed
Met vleugels, gebroken en verminkt.

1963

*

Ik zie je op een Griekse matras

Ik zie je op een Griekse matras
terwijl je het Boek der Veranderingen leest,
De geur van Libanees snoepgoed vult de lucht.
Op de witgewassen muur zie ik
hoe je nog een hexagram tekent
met altijd dezelfde vraag:
hoe kun je vrij zijn?
Ik zie hoe je je pijp schoonmaakt
met een haarspeld
van iemands onschuldige nacht.
Ik zie het plastic Kwade Oog
op je ondergoed vastgeprikt.
Opnieuw gooi je met de munten,
opnieuw lees je
hoe de stukken van de wereld
rond je vraag veranderd zijn.
Ben je tot bij de Himalaya geraakt?
Heb je de monnik van New Jersey bezocht?
Ik heb nooit een brief van jou beantwoord.
Oh Steve, herinner je mij nog?

1963

*

Het sneeuwt

Het sneeuwt.
Er is een naakte in mijn kamer.
Ze bekijkt het wijnrode tapijt.

Ze is achttien.
Ze heeft sluik haar.
Ze spreekt geen Montrealtaal.

Ze heeft geen zin om te gaan zitten.
Ze heeft geen kippenvel.

1958

*

Vingerafdrukken

Geef mijn vingerafdrukken terug
Mijn vingertoppen grijpen slecht
Als ik ze niet heb – en vlug
stap ik dadelijk naar het gerecht

Ik raakte je een keer te veel aan
& ik weet niet wie ik ben of was
Mijn vingerafdrukken bleven niet staan
Toen ik jam afveegde van je jas

Ik riep elke nacht mijn vingerafdrukken
Maar ‘t leek of het hen niet schelen kon
Toen ik ze zag leek het me te lukken
Toen streelden ze over je nachtjapon

Ik dacht eraan vanmorgen weg te gaan
Ik ledigde heel je lade – terstond
Vielen honderdduizend vingerafdrukken
En rolden over de grond

Je bukte je haast niet om ze op te rapen
Je telt immers niet wat je verliest
Je wil je zelfs niet vergapen
Op het feit of je wel de goeie kiest

Toen ik ten slotte afscheid nemen zou
Was je nergens meer te vinden
Je nam mijn vingerafdrukken mee met jou
Hopend dat ze ons blijvend zouden binden

Ik beweer niet dat ik alles zou verstaan
Wat je daarmee wil zeggen
Ik kijk wel uit en bedank voortaan
Geld of goed bij jou te beleggen

Ik vraag me af of mijn vingerafdrukken
In de grote massa eenzaam zouden raken
Een kopie te creëren zal nooit lukken
wat hen trots zou moeten maken

Maar nu wil je met me trouwen
& me naar de kerkbeuk leiden
& een vingerafdrukkenfeestje bouwen
Je weet: zoiets wil ik ‘t allen prijs mijden

Natuurlijk wil ik ooit wel eens trouwen
Maar ik wil de morgen niet onder ogen zien
Met elk meisje dat van me heeft gehouwen
Toen ik mijn vingerafdrukken had, alle tien

1966

*

Er viel geen kruis op mij

Er viel geen kruis op mij
toen ik om hot-dogs ging
en de Griek van de nachtwinkel
slaaf in het Zilveren Land van Spelen
dacht niet dat ik zijn broeder was
Hou van me omdat er niets gebeurt

Ik geloof dat de regen
mij niet als een vedertje zal doen voelen
als ze vanavond komt nadat
de trams gestopt zijn
omdat mijn maat bepaald is
Hou van me omdat er niets gebeurt

Heb je enig idee hoeveel
films ik heb moeten zien
voor ik zeker wist
dat ik van je zou houden
als het licht wakker werd
Hou van me omdat er niets gebeurt

Dit is een krantekop 14 juli
in de stad Montreal
Intervention dévisive de Pearson
à la conference du Commonwealth
Dat was gister
Hou van me omdat er niets gebeurt

Sterren en sterren en sterren
houden het voor zichzelf
Heb je ooit gezien hoe afgezonderd
een beregende boom is
een gordijn van scheerblaadjes
Hou van me omdat er niets gebeurt

Waarom zou ik alleen moeten zijn
als wat ik zeg waar is
Ik erken dat ik een doorgang
wil vinden of een paspoort wil vervalsen
of een nieuwe taal wil spreken
Hou van me omdat er niets gebeurt

Ik geef toe dat ik vleugels wilde laten groeien
en mijn verstand wilde kwijtspelen
Ik geef toe dat ik
vergeten ben waarom
Waarom vleugels en een verloren verstand
Hou van me omdat er niets gebeurt

*

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s