Afscheid van talent

John Heuzel (1945-2020) tijdens de Hoevehappening 1986 in Kuurne – Foto Geert Verbeke

In 1994 verschenen twee delen van Kruispunt: “More class than mass’. Twee registers geven een overzicht van 4812 creatieve en essayistische bijdragen die verschenen in de nummers 80-158 (15 jaargangen). Ik was de samensteller.

Een herinnering aan John Heuzel:

The best thing since sliced bread

“Wanneer Dirk Rommens me half 1992 voorstelde KruispuntXXI – XXXV te inventariseren, verdacht ik hem ervan te lijden aan een kwalijke ziekte. Ik wist ongeveer waarover ik het had: liep ik zelf niet met eeltige vingers van de tijd dat ik voor Kruispunt82 de jaargangen I- XX op fiches had overgebracht en uitgetikt?

We leven niet meer in het tijdperk van machinelint en Tipp-Ex – zelfs niet noodzakelijk meer in het papieren tijdperk. En toch: de afgelopen jaren verschenen 4 812 creatieve en essayistische bijdragen, zodat ook de stevigste geheugendijken onderlopen. Klonk Dirk Rommens wat naïef, zijn voorstel was bijzonder welkom.

Bij de eerste uitdraai bleek meteen hoe handzaam het werkstuk is. Ik heb het nu even niet over het technische aspect.

Bijna ongemerkt heeft zich in Kruispunteen ontwikkeling voltrokken. Begin jaren tachtig schoof een militair een burgerregering opzij en een regiment dichterlijken gilde verontwaardigd te wapen. Een geluk als je daaronder drie oprechte regels of een gaaf gedicht vond. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van die toenmalige inzenders, maar gauw bleek dat hun dichterschap net zo lang woedde als het onrecht dat ze voorgaven te bestrijden. Die macraméwerkers van de politieke strijd zijn met meestal éen ingang bijgezet in het Massagraf (onze werktitel).

De aardkorst draagt genoeg pokkenvlekken waar authentieke schrijvers vervolgd en vermoord, of alleen maar gepest worden. Despoten en religieuze drijvers misprijzen wie hun slogans uitloogt. Schrijvers uit die landen van honger en dorst lieten hun schroeivlekken zien, hun klachten opwieken, hun hoop ankeren.

Niet alle literatuur bemoeit zich met het concrete leven van het hic et nunc. Niet alle auteurs jagen hun fantasie over het hek. Vaardige essayisten verlichten de geschiedenis van ideeën in de letteren. Het aandeel van de essays is de afgelopen jaren sterk toegenomen.

Kruispuntis geen spiegel van de huidige avant-garde, die verlopen is in postmodernisme, of de maximalen al heeft meegemaakt. De voorbije avant-garde, de bagage van de honnête homme, de esthetische rilling liggen opgeslagen in opvraagbare bestanden.

Een papieren uitgave mag dan een hele hulp zijn, de gebruiksmogelijkheden van een diskette zijn duidelijk superieur. U kunt sorteren op willekeurige ingangen (auteur, vertaler, taal, trefwoord enz.). Sing, memory, sing.De geboekte uitgave mist die mogelijkheid.

Intussen loopt de volgende aflevering van ons gezamenlijke Work in Progress.

John Heuzel”

————————

Christiaan Germonpré (1950-2020) op de Hoevehappening 1984 in Kuurne Foto Geert Verbeke

Herinnering aan Christiaan Germonpré

GESPREK MET CHRISTIAAN GERMONPRE 

„Warmte en troost brengen via een gedicht”

Christiaan Germonprés bundel „Van weelde en weinig” verscheen nog net in 1984. Aanleiding om met deze Kortrijkse dichter de literaire horizon af te turen, op zoek naar snuifjes kleur tussen de sneeuw. Zijn bundel brengt ons echter hoofdzakelijk in warmere streken en seizoenen. Het wemelt van het aardse leven,ook al worden de verzen ingehouden stil in taalvormen gegoten die breekbaar broos van de ene regel naar de andere overvloeien. 

„Wij worden bijna lucht en water, eiland in het gedicht” schrijft hij in het negende gedicht van de titelcyclus. Mare De Smet schreef onlangs nog over Ben Cami: „Op die manier is het een hopeloze taak dichter te zijn, want wat vermag een bundel poëzie?” 

Wat vermag de poëzie? Heeft poëzie een sociale functie, Christiaan?

„Als enkeling die gedichten schrijft, kun je de wereld niet veranderen. Je gaat de werkloosheid niet oplossen met een gedicht. Wie schrijft is ik-gericht, individualistisch. Via poëzie kun je de lezer warmte of troost overbrengen. Poëzie kan een weerspiegeling zijn van wat in je afspeelt. Vroeger dacht men dat men met poëzieposters of aanplakbrieven-met-gedichten de maatschappij kon veranderen. Dat heeft niet (veel) geholpen. Wat er in de wereld gebeurt, lees je in de kranten, niet in een dichtbundel. Momenteel is er de gang naar de natuur, de terugkeer naar de jeugd, het eigen ik.”

Dat initiatieven van kunstenaars (vergelijk: de kerstplaat voor Ethiopië) dan wel

enig leed kunnen helen, beaamt Christiaan Germonpré. Maar dan is dit natuurlijk een heel andere weg dan de „invloed” van een dichtbundel…

CRISIS EN CULTUUR 

Niettegenstaande de crisis, ziet Christiaan Germonpré het niet zo somber in, wat de cultuur betreft: „Niettegenstaande het typische van deze tijd, de crisis, ziet men op gebied van de literatuur nog tijdschriften ontstaan, er zijn nieuwe culturele initiatieven. „De Gulden Sporen” plant bij voorbeeld voor 1985 een poëzieavond, naast wat er in Kortrijk al bestaat. Er was de publicatievan „Met 7 rond de toren”. Er zijn nog kansen genoeg opdat de cultuur aan bod zou komen. Maar het zou natuurlijk nog beter zijn als deze verenigingen zouden samenwerken om gezamenlijk iets op het getouw te zetten, zonder altijd het individuele belang van de eigen vereniging voor ogen te houden.

1984-1985

Twee jaartallen die een belangrijke tegenstelling in zich houden: het verleden en de toekomst. Commentaar, graag.

Christiaan Germonpré: „Wat opvalt is dat het geweld enorm is toegenomen.Erzou opnieuw moeten gepoogd worden om de eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Dat geldt zeker ook op wereldvlak, daar waar de twee grootmachten het eens zouden moeten worden om tot ontwapening over te gaan. De mens is zelfs zijn eigen technische evolutie niet meer meester. Er moet weer een verantwoordelijkheidsgevoel komen voor wat men produceert. Metal de moderne mogelijkheden moet het voedselprobleem uit de wereld kunnen worden geholpen.”

Als je het zo bekijkt is poëzie dan ook van zo weinig belang. Om dat te beseffen hoeft Christiaan Germonpré maar eens het aantal uitleningen te vergelijken: amper 1% (of 2%) van alle uitleningen in de stadsbibliotheek betreft poëzie. Echte poëzieliefhebbers zullen de dichtbundels wel zelf kopen, maar anderzijds heb je toch te maken met bibliotheekbezoekers — en welk percentage is dit van de hele bevolking?

Poëzie is dus een marginaal verschijnsel. Wie zich op dat vlak inzet, loopt vaak met het hoofd tegen de muur. „Poëziecentrum Gent” zit in moeilijke papieren: toelagen teruggebracht tot op het peil van ’79. Exit Poëziecentrum? Wie treurt erom, tenzij de dichters zelf, die toch maar laten betijen. Sociaal geëngageerd? Toe maar. 

Christiaan Germonpré vindt dat dichters een initiatief zouden mogen nemen, en dat hij bereid is daaraan mee te werken. Wellicht beperkt het sociaal engagement zich bij nog andere dichters zich niet tot woorden, maar tot daden en klinkt de bezorgdheid om de anderen door in de literatuur en daarbuiten. 

In het begin van een nieuw jaar mag men wel eens dromen. Dichter Christiaan Germonpré geeft ons echter zijn boodschap mee: „Zoveel belangrijker dan poëzie is wat er in de maatschappij aan het gebeuren is: geweld, bomaanslagen, vandalisme. Je eigen verantwoordelijkheid opnemen om hier iets aan te doen, daar komt het op aan.” 

Christiaan Germonpré over „Van weelde en weinig”

„De Nederlandse Uitgeverij „De Beuk” geeft vooral werk uit van oudere dichters; er zijn ook veel natuurdichters — maar ik ben de eerste Vlaming die bij hen uitgeeft. Is het toeval of word ik meer gesmaakt in Nederland?”

„Deze bundel bestaat uit drie keer negen gedichten. Niet zonder toeval, overigens, want hij bevat een aantal reisgedichten. Die symbolische negen gedichten herinneren aan Homeros’ held Odysseus die tien jaren lang had rondgezworven en ook gedurende negen dagen op het eiland Kreta rondtrok. Het eindgedicht van de middencyclus verwijst trouwens naar het eiland dat een gedicht eigenlijk is — op zichzelf staand.”

„Zoals een componist een symfonie..maakt”, zo is een dichtbundel ook een „werkstuk”. Tussen de cycli moet er een duidelijke overgang zijn. Ook vormtechnisch is er een overgang: ..jij – wij – zij” (respectievelijk eerste, tweede en derde cyclus).

„In de bundel zijn heel wat wijzigingen naar de geschiedenis van Kreta. Dat de lezer inspanningen moet doen om bepaalde woorden of verwijzingen te snappen, vind ik normaal. Ik schrijf volgens mijn eigen geaardheid, zonder rekening te houden met het publiek; ik zoek naar verfijning, en tracht toch wel in een eenvoudige taal te schrijven. 

Wat recensenten schrijven is altijd interessant. Uit de diverse standpunten en visies kun je te weten komen hoe „ze” tegenover je werk staan. Ik geef toe dat het voor de „man-met-de-pet” niet altijd precies te achterhalen is wat een bepaald gedicht inhoudt. Je moet ook veel moderne poëzie lezen om je erin thuis te voelen.” 

— Dirk Rommens in ‘Het Volk’ van 15 januari 1985


POËZIERUBRIEK

Van weelde en weinig

„Vreemdelingen zijn wij in een vreemd verhaal” schrijft Christiaan Germonpré, daarmee aanduidend hoe losgeslagen wij, moderne mensen, zijn van de wortels van onze westerse beschaving. Het gedicht wordt dan des dichters poging iets van deze rijkdom vast te leggen. „We worden bijna lucht en water, eiland in het gedicht” (p. 24).

Criticus Jooris Van Hulle belicht de pas verschenenbundel „Van weelde en weinig” van de Kortrijkse dichter Christiaan Germonpré. Wij volgen zijn poëtische wandeling nog even verder in dit eerste rubriekje van dit nieuwe jaar. Wensen hierbij de lezers het allerbeste voor 1985. Dit jaar wordt helaas ook niet prachtig. 

„Mondriaan, Kadinsky, de waarheid witter dan wit, de taal krijgt een nieuw geluid”: met deze leidraad bouwt Germonpré de derde cyclus in de bundel, „Abstract”, uit tot een aftasten met ingehouden adem van het landschap van de liefde. Het onbeschreven witte blad nog onbeschadigd, verwoordt de dichter de liefde en de lichamelijkheid. 

En voortdurend worden daarbij de concrete gegevens in vraag gesteld. Er is immers de romantisch aandoende rust van stillevens, van genrestukjes als het ware, die dichter en lezer uitnodigen zich te verzoenen met het leven dat hier geleefd wordt. Het snijden van het brood, het eerste levensteken dat uitnodigt tot bezinning en verzoening, krijgt hier een mythische dimensie, maar toch blijft de dichter zich waakzaam opstellen en tegenover zoveel uiterlijke tekenen van zekerheid: „wij zijn een som van omstandigheden, zegt hij, een veelvoud van vragen” (23). Het landschap, de taal van het lichaam, de roes van de liefde: het is veel en toch weer niets, het is weelde en weinig voor wie niet wil verdrinken in de stroom van onbezonnen genieten.

OBSESSIE

Is het zo dat deze motieven zich in de nieuwe bundel van Christiaan Germonpré onweerstaanbaar opdringen en hem duidelijk in het teken van de heroplevende romantiek plaatsen, toch blijft door de hele bundel een ondergronds motief meespelen, namelijk dit van de obsessie voor de taal, het aftasten van de talige ruimte waarbinnen de dichter-taalkunstenaar zich beweegt. En ook hier kan, duidelijk vanuit een erfenis van de experimentelen, weer gesproken worden van weelde en weinig: de mooiste poëzie blijft altijd wel ongeschreven.

In zijn drang het onzegbare te zeggen botst de dichter voortdurend met de stroefheid van het materiaal waarmee hij veroordeeld is te werken. Er is steeds weer de uitdaging van het onbeschreven blad, het gevecht met de taaltekens, het gevoel, de roes van de taalrijkdom, het strijdperk van de dichter convergeert in een woordenperk, dat hij moet weten te betreden zonder onherstelbare schade toe te brengen: „taal krijgt een nieuw geluid”. 

Eeuwen reeds zijn dichters bezig onverwachte en onvermoede aspecten in het taalleven bloot te leggen. Deze directe taalbetrokkenheid confronteert de dichter echter telkens weer met zijn onvermogen, met de uiteindelijkebeperktheid van het menselijke bestaan: „langzaam glijden letters over het veld, vriest het alfabet” (p. 28). Zo verwoordt Germonpré hoe onbuigzaam het materiaal tenslotte is waarmee de dichter heeft te maken. 

Het is een van de sterkste verdiensten van deze bundel dat de dichter zich heeft weten te beheersen, dat hij zoveel weelde in eigen woorden heeft weten te leggen. De verzen van Christiaan Germonpré zijn verre van parlando, in hun strakke beheersing, die verraadt hoe omzichtig met woorden wordt omgesprongen, suggereren zij veeleer dan duidelijk te tekenen, de eigen leefwereld van de dichter. Zo plaatst Germonpré zich in de traditie van de grootste onder de dichters, of, zoals hij het zelf uitdrukt: „Gezanten van Homeros zijn wij, gezangen op het oude thema water, eindeloze herhaling zij aan zij.” (p. 23).

(Tekst van Jooris van Hulle – zie ook Poëzierubriek van 29 december 1984).

Dirk Rommens in ‘Het Volk’ van 5/6 januari 1985

Mijn vader

Vader wandelde niet, hij schreed
Door het landschap – legde zijn spade niet weg
Als de voren spoorden naar de bonen en de landweg

Hij kuiste zijn geroeste kortewagen weg  in het kot
Maar oefende zijn ogen door wijdbeens de horizon
Te aanschouwen en hoestte zijn longen uit in groene sint-michels

En de kleinkinderen veroverden zijn serre op rovers
Tot hij met woeste knuisten wilde vechten uit lijfsbehoud
Om de gillende wortels te redden uit hun kinderhanden

Over de glooiiende velden met rapen en rode kolen
Zag hij zijn kinderjaren verdwijnen in dikke zakken 
Verse pret* en blinkende eerste petatten uitpuilend in barstende aarde

*porei

Vleermuizen


De vleermuizen zijn onze vrienden die ons jaarlijks verblijden
Met golvende loopings en glijdende geluidloze strelingen in de lucht.
Tot nu. Ze zijn de vreselijke vijanden die mensen doden bij nacht
En dag zonder te weten dat ze stille koude killers worden.

Mijn moeder

Op de oude foto’s zie ik haar in grijze grauwe woorden
Opduiken als in een donkere kamer vol witte kleuren
Ze wrijft me op mijn wangen, ze biedt me eten aan
Alsof ze bedelend om liefde vraagt en me vergeeft

Zij weet het wel hoe ik in haar ogen kijk naar toen
Naar een kind met speelgoed dat opgebaard ligt
In de kelder van angsten en verdriet om krantenknipsels
Waarin de hoofdrol door niemand is beschreven

De doodgezwegen dingen

Weet dat de dingen slapend zen worden

met nergens het ondenkbare zingen

met de lawaaierige dreun van voorbijrijdende auto’s

die zouden moeten slapen in enorme parkeergarages

met bumpers die gloeien van slachtoffers

en verkeersdrempels met het glooiende gras

en de diepgaande sporen van dit kind

dat op een fiets om het leven kwam

met drie regels in de krant

en die duizend andere engeltjes

samengeraapt op gedenkmomenten en vuurwerk

 

dit gezegd zijnde is de burgemeester heel ontstemd

dat zijn stad genoemd wordt in het jaaroverzicht

van de vrt

 

Mijn poëtica

De taal is van mij

ik spreek, ik luister, ik ben de stem

overal sleept het woord over me heen

laat me slapen, drinken, eten en voelen

hoe de aap tot spreken kwam

door de eeuwen door de straten door de pleinen

het wonder van de stem ontwortelt

en nergens is het over, nooit stopt het spreken

nergens slaapt het in de donkere stegen

geen zinvol water trekt de zin in klanken

nooit is de modder zonder mijn hoop op morgen

op het enkelvoudig denken over mezelf

tot de wegen gespreid klinken als verdriet

want

het woord is om te mijden

er is geen onderkomen

is geen klankbord van mijn zwijgen

er is het immer weten dat het in geen geval tot

mijn happy einde komt

Mijn afscheid van GB en The Times….

Chat Started: Tuesday, January 28, 2020, 11:22:46 (+0000)

Chat Origin: TNL-SERVICE

Agent Emily K

( 1s ) Emily K: Hello, you’re chatting with The Times Live Chat Team. How can we help?

( 25s ) Mr Rommens: I’d like to cancel my subscription.

( 1m 37s ) Emily K: Good morning Mr Rommens, I am glad that you have brought this to my attention, I would be happy to look into this for you today. I am sorry to hear that you wish to cancel.

( 1m 45s ) Emily K: So I can locate you on our system and for security, may I take the following information:

Full name:

Email address:

( 2m 3s ) Mr Rommens: d…@…e

( 2m 15s ) Mr Rommens: Dirk Rommens

( 2m 37s ) Emily K: Thank you. May I ask why you wish to cancel today?

( 3m 31s ) Mr Rommens: The end of our friendly relation EU-GB. I’m so disappointed!

( 3m 59s ) Emily K: Thank you, I understand. Whilst I am processing the cancellation, can I ask if there was anything you enjoyed about the subscription?

( 4m 53s ) Mr Rommens: I’ll miss the excellent journalism.

( 5m 24s ) Mr Rommens: But I can’t spend any Euro to a country that dislikes us.

( 6m 19s ) Emily K: I can now confirm that your subscription has been cancelled. Your service will remain until 26/02/20. I can confirm there will be no further payments requested. Is there anything else I can help you with today?

( 7m 15s ) Mr Rommens: Please inform your PM about my cancellation.

( 7m 35s ) Emily K: I will be sure to pass your feedback on.

( 8m 49s ) Mr Rommens: Thanks a lot. For understanding our disappointment.

( 9m 1s ) Emily K: I hope you enjoy the rest of your week Mr Rommens. If you need anything else, please don’t hesitate to contact us at The Times and The Sunday Times as we will be happy to assist further.

( 9m 49s ) Mr Rommens: Have a nice day and bright future without us…

( 11m 23s ) Mr Rommens: As a retired English teacher this has really hurt my feelings for the love off English…

( 12m 10s ) Mr Rommens: of

( 13m 4s ) Emily K: I understand Mr Rommens, I am sorry that you feel this way.

( 14m 17s ) Mr Rommens: It was nice to be able to tell this to someone in the UK. Thanks for listening! Bye…

( 14m 39s ) Emily K: You are most welcome Mr Rommens, goodbye.

De zanger

Hij was een klein, pezig mannetje met een akoestische gitaar. Het publiek kende hem al. Ik ook, want ik had een hele verzameling cd’s en liedjes op mijn iTunes. We waren ongelooflijk enthousiast toen hij op zijn gitaar de eerste noten aanzette, om daar meteen het hele lied over te zingen in zijn typisch nasale stem.  

Hij was gekomen, de zanger! En er was een grote opkomst, dat spreekt… Ik stond helemaal vooraan, op enkele meters van de zanger; maar na een tijdje kwamen twee rijen mensen mij het zicht belemmeren. 

Na zijn optreden mocht ik hem persoonlijk spreken. Hij en ik. Hij zei dat hij nu wel dorst had. Aan de toog was het eventje drummen om dichter te komen. De barman zag ons eerst niet staan, maar toen ik mijn hand omhoog stak, nam hij de bestelling op: twee biertjes! We klonken met onze flesjes. 

Ik vroeg hoe hij het eerste deel van zijn optreden had ervaren. “Bah, not so good. Forgot some lyrics. Shit. Must be old age…” Ik probeerde hem tegen te spreken, maar hij had kennelijk geen zin meer in een gesprek en repte zich naar het geïmproviseerde podium. Ik was hem kwijt. 

 Ik had met Bob Dylan gesproken. Ik had er geen enkel bewijs van, ik had er niet aan gedacht om een selfie te maken. Enkel in mijn herinnering zou ik hem blijven koesteren; net zoals ik Leonard Cohen had leren kennen in een vroegere droom.

Ik werd wakker, nog nagenietend van deze merkwaardige gebeurtenis.

Tot mijn grote verwondering – achteraf dan wel – droomde ik verder over Bob Dylan. Er was een optreden gepland van deze nobelprijswinnaar. Edoch, er kwam slechts een twintigtal mensen opdagen op een verder leeg plein. Wachten op de komst van Dylan. Wachten en wachten. Maar hij kwam niet opdagen.  

Ik werd weer wakker. Wat een ontgoocheling… Maar ik troostte me met de gedachte dat ik hem de vorige keer wél gezien en gesproken had; daar moet ik het dus voor de rest van mijn leven mee doen. En met de muziek van mijn iTunescollectie.

Ik zal nooit meer op dezelfde manier luisteren. Ik heb hem persoonlijk gesproken. Zoiets vergeet je niet. Wellicht zal ik het als een echte gebeurtenis beschouwen als mijn geheugen steken laat vallen. Dan vul ik mijn verleden zelf wel aan met dromen en illusies…

Hommage Sabine Rommens

Sabine trekt ingebeelde lijnen
op een netvlies van papier;

de ogen in zichzelf gekeerd
met kleuren van zachte adel

en het penseel krast diepe wonden
in de perfecte droom

van tinten en onbestaande vormen;

slapeloze nachten van verlangen
naar een verre reis naar morgen
waar niemand van terugkomt

alleen geschonden foto’s,
een zwart-wit tekening van onvermogen.

Sabine verleert het wenen uit zelfbeklag
en zoekt zorgend haar eigen weg.

Dirk Rommens 1982 en 2019