Alleen

Nergens heen.

Opvallend hoe de stilte aan me knaagt

als niemand me aanspreekt.

Ik ben een afvallige van een stammentwist

knijp me in de wangen om te voelen of ik leef.

Leef niet als ik enkel mijn holle lijf bewoon.

Want zij is weg van mij voor een heel klein moment.

Voelt als een jarenlang verdwijnen in niets in mij in iets van niets.

Praat ik met mezelf ik zwijg terstond.

Zwijg ik dagenlang ik stotter door de nacht.

Zegt zij ‘ik wil een kus’ ik klem haar vast tot de ochtend komt.

Want wij zijn een in eten en slapen en drinken en weggaan.

Zo eenzaam weten we de dagen te eren van toekomstig verdriet.

Leonard Cohen leeft verder

Leonard Cohen kondigde in ‘You want it darker’ zijn eigen nakende dood aan, en toch was het deze morgen schrikken bij het horen van zijn definitieve eindsong. Hij was voor mij als een tweede vader, een hechte vriend, een held, een inspirator, een kunstenaar eerste klas!

Cohens optreden in Brugge was voor mij de ultieme artistieke ervaring. We stonden op een bijna armlengte verwijderd van hem te luisteren naar deze zo wondere man. De tweede keer met zijn live-optreden in Gent was dan ook te afstandelijk, en met een stel kakelende Nederlanders achter ons, blijft dit slechts een stipje in mijn geheugen, een scherm ver verwijderd van mezelf.

Ik herinner me de allereerste keer dat ik Cohen hoorde, in mijn geboortedorp Moen. Ik zie de straat nog voor mij, met luidsprekers waaruit de zware stem van Cohen weergalmde. Vanaf die jeugdige tijd ben ik fan geworden van deze Canadees. Nu ik 67 ben, noem ik mij geen fan maar een trouwe verre vriend die nu rouwt om zijn heengaan.

Door het jarenlang vertalen van zijn gedichten en songs en het beluisteren van al zijn liedjes is de mens Cohen binnengeslopen in mijn ziel.  De leefwereld van Cohen is zo rijk aan gedachten en beelden en klanken dat je nederig moet toegeven dat je nog niet aan zijn enkels reikt.

Aarnoud Rommens publiceerde boek!

2016-08-29_10-33-26

The Art of Joaquín Torres-García

Constructive Universalism and the inversion of abstraction

‘Mirroring Joaquín Torres-García’s own famous Inverted Map of the South, Rommens’s ambitious and comprehensive study of this Uruguayan artist turns the history of abstract painting on its head. Rommens provocatively argues that, by imaginatively locating the origin of abstraction in Inca art, Torres-García’s Constructive Universalism revises and reverses our understandings of the avant- garde as an essentially European phenomenon.’

Odile Cisneros, University of Alberta

A highly innovative and truly interdisciplinary reading that reinterprets all the great issues of avant-garde as well as postcolonial studies. Rommens discloses the hidden contradictions in the work and thinking of a key artist of the first half of the twentieth century, while offering new insights on primitivism and abstraction.’
Jan Baetens, University of Leuven

Intertwining art history, aesthetic theory, and Latin American studies, Aarnoud Rommens challenges contemporary Eurocentric revisions of the history of abstraction through this study of the Uruguayan artist Joaquín Torres-García.

After studying and painting (for decades) in Europe, Torres-García returned in 1934 to his native home Montevideo with the dream of reawakening and revitalizing what he considered the true indigenous essence of Latin American art: Abstract Spirit.’ Rommens rigorously analyzes the paradoxes of the painter’s aesthetic-philosophical doctrine of Constructive Universalism as it sought to adapt European geometric abstraction to the Americas. Whereas  Torres-García’s theories as self-contradictory, Rommens seeks to recover their creative potential as well as their role in tracing the transatlantic routes of the  Torres-García’s artworks as a critique on the artist’s own writings, Rommens reveals how Torres-García appropriates the colonial language of primitivism to construct the artificial image of ‘pure’ pre-Columbian abstraction. Torres-García thereby inverts the history of art: this book teases out the important lessons of this gesture and the implications for our understanding of abstraction today.

Aarnoud Rommens is the BelPD-COFUND/Marie Curie Post-Doctoral Fellow, at Faculté de Philosophie et Lettres, University of Liège, Belgium.

LATIN AMERICAN ART/MODERN ART

ISBN 978-1-4724-7143-7

Cover image: Joaquin Torres-Garcia, Arte constructive, 98 x 78 cm, oil on Canvas, 1942. © Museo Nacional de Bellas Artes, Argentina (MNBA). Photo credit: Museo Nacional de Bellas Artes (MNBA).

Routledge Taylor & Francis Group
An Ashgate Book London and New York
Routledge titles are available as eBook editions in a range of digital formats

Spuwen

Voetballers spuwen. Renners spuwen. Op de grond. Op de grasmat.

Zij spuwen omdat ergens in hun lijf een korte stoornis opkomt. Een korte reflex op een actie. Op een inspanning. Sommige mensen vinden dit niet kunnen. Zij moeten een voorbeeld zijn voor onze jongeren. Zij zijn sportievelingen naar wie wij opkijken. Zij moeten op hun imago letten. Perceptie is alles. Spuwende voetballers en renners moeten hun speeksel en fluimen inslikken. Hun eigen overtollig kwaad doorslikken. Zij hebben immers een voorbeeldfunctie. Slikken is wat zij moeten doen.

Spuwen kan je wel als je alleen bent. Als niemand je ziet. Als je geen publiek rond je hebt. Als je op een moment op de wereld wil spuwen. Als je je gras afmaait en de inspanning je spierkracht aantast. Of als je een graf delft en je de dode al voor je ziet liggen. Als het zweet van je lichaam parelt als een glinsterende diamant. Dan pas mag je in eer en geweten spuwen. In het besef dat elk leven zijn eigen graf delft, langzaam maar zeker. De kwak speeksel die verdrinkt in de modder. Dat is pas het echte Grote Spuwen.

Er was een tijd dat er in bussen en treinen beleefd werd gevraagd niet te spuwen. Een teken aan de wand voor een grof volkje dat manieren moest leren. Een bordje met een waarschuwing dat dit een oud gebruik was van tabak kauwende boeren die gebruik maakten van het openbaar vervoer. Toen wilden de hoger opgeleide heren (en dames?) het plebs mores leren. Hier spuwt men niet, want God ziet u.

Nu zijn we allemaal spuwers. Zegt een hoog opgeleid heerschap in maatpak.

Slaapliedje voor mijn broer Wolf

Word wakker, grote broer,
Je hebt genoeg geslapen
Tijd om je laatste voetbalmatch te spelen.
Waarom blijven je ogen dicht
Terwijl je nog zoveel wil zien
Van deze grote wereld?

Jouw hoofd is nu zoveel zwaarder
Van al die stoute dingen
Die zo vanzelf als spoken komen
In de nacht van zwarte gedachten,
Die jij in één salto weg kon lachen.

Maar word toch eindelijk wakker:
Er is nog zoveel moois te beleven,
Het ligt zo voor het rapen:
Als de puzzels die je voor mij maakte.
Als de grote broer van wie ik zoveel leerde.

Maar blijf nu maar slapen
Want de wereld gaat toch om zeep.
Vanuit jouw droom kun jij de mensen redden,
En dan zijn we weer heel dicht bij jou,
In een beter leven, zo gemaakt door jou.

Dirk Rommens

Voor Wolf (°2008-+2015)
11 december 2015

Bootvluchtelingen

topzwaar; naar de morgen geduwd
het schip van de hoop. visgebieden
omzeild, kusten in de holte van handen
gevangen. Maar geen vluchtgebied
zo oneindig als dagenlang drinken
uit lege bekers.

gelaten staren naar de uitgelopen
einders, mist verbergt niets, niets
nemen ze mee. angst drijft hen weg over
zeeën naar morgen en overmorgen.

schipbreukelingen op sleeptouw genomen

pulken aan uitgedroogde woorden
magen kantelen overboord de zilte smaak.

op de rand van de wanhoop
roept een verdwaalde vogel

in een vreemde taal.

Uit ‘De Morgen van het Wit Verdriet’
Yang Poëziereeks
Gent 1988

De tuin

Door het venster zie ik ons lopen
in de tuin, mijn broer en ik.
de wereld van onze kinderjaren;
in het spiegelbeeld kijkt moeder
me tegemoet. Ze wenkt.
Haar stem ademt onhoorbaar
op het vensterglas. In haar ver gezicht
herken ik een glimlach.
In haar ziekbed
zie ik haar zoekende ogen.
Mijn kind van bijna vijftig.
Ze tast en voelt mijn handen.
Je bent zo groot geworden.
Waar is je broer?
Hij zorgt toch goed voor jou?
Ze ziet ons spelen in de tuin.
Ik zie ons samen vlinders vangen.
Haar gezicht trekt wit:
Waarom liet je je grote broer
achter in de tuin?