Als mooie herinnering aan deze ‘koninklijke’ dichter, dit artikel over zijn dichtbundel “Het Koninklijk Patiencespel’:

(1941-2026)
De krantenjongen rijt knallend de nacht aan gensters:
Hij brengt de wereld paginabreed bloed en rampspoed
in de roodgloeiende brievenbussen stampvol lijken.
Ik blijf zwijgen want geschreeuw verdoezelt de leugens.
De lippen verdoofd door de aarde die siddert en beeft van angst
om de daden en woorden van heersende heilanden.
Ik ben de kluizenaar die in stilte heerst over de toekomst en het verleden.
Niemand kan mijn woorden vergiftigen met verwerpelijke slogans.
Mijn zwijgen kerft diepe sneden in de mesthoop van leugens.
Dirk Rommens, september 2026
De krantenjongen rijt knallend de nacht aan gensters:
Hij brengt de wereld paginabreed bloed en rampspoed
in de roodgloeiende brievenbussen stampvol lijken.
Ik blijf zwijgen want geschreeuw verdoezelt de leugens.
De lippen verdoofd door de aarde die siddert en beeft van angst
om de daden en woorden van heersende heilanden.
Ik ben de kluizenaar die in stilte heerst over de toekomst en het verleden.
Niemand kan mijn woorden vergiftigen met verwerpelijke slogans.
Mijn zwijgen kerft diepe sneden in de mesthoop van leugens.
Dirk Rommens, september 2026
| Die schroevendraaier is niet van mij. Ik weet het zeker. Hij is van mijn broer. Het heeft geen zin om hem terug te geven. Ik gebruik hem om de stopcontacten vast te zetten. Die zijn na al die jaren wat losgekomen. Telkens als ik een licht aan- of uitschakel zie ik mijn broer. Hij installeerde alle schakelaars in de nieuwbouw. Op alles zit sleet. Ook op verdriet, zeggen ze. Ik denk het niet. Als hij die schroevendraaier ziet, zal hij zeggen:“Ach, ik was hem vergeten. Hou hem maar.” Hij heeft hem niet meer nodig. Hij is al lang dood. |
Zo komt het nooit weer goed.
De dagen slinken in lange nachten
En de wind verbrandt de dorre blaren.
In de wereld dreigen moordenaars
het verleden opnieuw te beleven
In ommuurde kampen van haat.
Mijn droom om oud te worden
In een wereld van liefde
Verbleekt met de angst voor morgen.
Dirk Rommens
Kind, groot te worden:
achteloosheid kruipt over je frêle huid
met de poten van de macht :
sluipwesp nestelt in woorden,
toch hopend op de klank van waarheid,
de tastende voelhorens.
vaders en moeders: geen spiegelbeeld,
slechts verstomming om de toekomst
waarin laserstralen
boodschappen kerven in oud papier,
wat is de woede? wat is de vreugde?
wat is het kind in de kosmos?
de mond van de dwerg :
vertwijfeld zwijgt de taal van het spel:
huil niet, klinisch dodend
de computerschermen,
speeksel droogt uit op
tafels van geldspuwende mannen.
maar ondanks de 1eugens,
het hypocriete eerbetoon
aan de vergrotende trap,
het meesterschap te heersen,
toch te staren
in de nacht, naar de sterren,
naar de vrijheid:
het totalitaire verdriet.
Dirk Rommens
zijn stem snakt naar zijn eigen adem
de krassende pijn slikt hij door
met de glimlach
– een grimlach,
als de sneeuw maar vreet in de hitte van zijn huid
dan smeekt hij dan smaakt hij de cellen, de blaren, de bladeren, de stemband kraakt
speeksel klit aan zijn woorden:
stotterend met de klanken van zijn eerste
laatste liefde
of ze jou op profijtige manier
zo tussen door
lief kan hebben?
geef me geen gelijk
sla me over als dit blad
spreek even niet met haar
kluister je vast aan jezelf
alsof je zeer verlegen tegen een meisje lacht
zoen ze kokosnotensmaak zoals in de reclame doe alsof ze nu nog eventjes echt van je houdt
De drummer
de witte ruis klapt open in slagroom
net voor de rust verbreedt in ruige ritmes
slingert hij de ratelende vibrato’s
in stukken geluid haperend aan de stilte,
ingebed in zweetdruppels hitte
emoties staccato vibrerend op de melodie
die uitdeint in zacht geritsel
overspoelt de klank de wereld nu hij
driest de ruimte hakt in ritmisch dansen op de daken?
spant hij de boog overweldigend hamerende bruggen leggend
naar de noot die openspat in vuurwerk? zonder zijn stem draait de wereld zot.