Gedichtenweek

Kind in de kosmos


Kind, groot te worden:
achteloosheid kruipt over je frêle huid
met de poten van de macht :
sluipwesp nestelt in woorden,
toch hopend op de klank van waarheid,
de tastende voelhorens.


vaders en moeders: geen spiegelbeeld,
slechts verstomming om de toekomst
waarin laserstralen
boodschappen kerven in oud papier,
wat is de woede? wat is de vreugde?
wat is het kind in de kosmos?


de mond van de dwerg :
vertwijfeld zwijgt de taal van het spel:
huil niet, klinisch dodend
de computerschermen,
speeksel droogt uit op
tafels van geldspuwende mannen.


maar ondanks de 1eugens,
het hypocriete eerbetoon
aan de vergrotende trap,
het meesterschap te heersen,
toch te staren
in de nacht, naar de sterren,
naar de vrijheid:
het totalitaire verdriet.

Dirk Rommens

DE STEM IN HET LANDSCHAP

De drummer

de witte ruis klapt open in slagroom

net voor de rust verbreedt in ruige ritmes
slingert hij de ratelende vibrato’s
in stukken geluid haperend aan de stilte,
ingebed in zweetdruppels hitte

emoties staccato vibrerend op de melodie
die uitdeint in zacht geritsel

overspoelt de klank de wereld nu hij

driest de ruimte hakt in ritmisch dansen op de daken?

spant hij de boog overweldigend hamerende bruggen leggend
naar de noot die openspat in vuurwerk? zonder zijn stem draait de wereld zot.

Gedicht bij een schilderij

van Achilles, Hennion

als het woord zwijgt

en de stem verstomt

als het oog nog zien kan

in de verte

in het verleden

(in deze zwarte tijd)

als een schilder

de schaduw van de waarheid

streelt op wit doek

wees dan welkom

want hier ontmoet je

een deel van je duistere zelf

in kleur

Dirk Rommens, 1975

De schroevendraaier

Die schroevendraaier is niet van mij.

Ik weet het zeker. Hij is van mijn broer.

Het heeft geen zin om hem terug te geven.

Ik gebruik hem om de stopcontacten vast te zetten.

Die zijn na al die jaren wat losgekomen.

Telkens als ik een licht aan- of uitschakel zie ik mijn broer.

Hij installeerde alle schakelaars in de nieuwbouw.

Op alles zit sleet. Ook op verdriet, zeggen ze.

Ik denk het niet. Als hij die schroevendraaier ziet,

Zal hij zeggen: “Ach, ik was hem vergeten. Hou hem maar.”

Hij heeft hem niet meer nodig.

Hij is al lang dood.

Wat ‘r met het hart gebeurt

Ik werkte altijd standvastig

Maar ‘k noemde het nooit kunst

Ik beheerste mijn depressie

Met Jezus woord en Marx’ tekst

‘k Mislukte de prille gloed

Toch klaar de dovende vonk

Vertel ‘t de jonge Messias

Wat ‘r met het hart gebeurt

Er is ‘n mist van zomerzoenen

Waar ik dubbel parkeerde

Vijandigheid bleek gemeen

Met de vrouwen aan de macht

Het was noppes, ‘t was een gedoe

Maar ‘t liet een lelijk teken

Dus ik kom weer op bezoek om

Wat ‘r met het hart gebeurt

Ik verkocht heilige prullen

Ik was nogal spits gekleed

Had een poesje in de keuken

En een panter in de tuin

In de cel met de begaafden

Was ‘k maat met de bewaker

Dus was ik nooit getuige van

Wat ‘r met het hart gebeurt

‘k Had het moeten zien komen

Zeg maar dat ik de kaart schreef

Alleen haar te zien was kommer

‘t Was van meet af aan veel kwel

We speelden ‘t perfecte koppel

Maar ik hield nooit van mijn deel

Het is niet mooi, ’t is ook niet fijn

Wat ‘r met het hart gebeurt

De eng’len hebben nu een viool

En de duivel bespeelt ‘n harp

Elke ziel is als een witvis

Elke geest is als een haai

Ik opende elk venster

Maar het huis, het huis is zwart

Zeg gerust Oom, hou ‘t simpel om

Wat ‘r met het hart gebeurt

Ik werkte altijd standvastig

Maar ‘k noemde het nooit kunst

Slaven waren er al eerst

Zangers geketend, verbrand

D’ ark van gerechtigheid was krom

De gekwetsten klaar voor ‘n mars

‘k Verloor mijn werk behoedend

Wat ‘r met het hart gebeurt

‘k Studeerde met die schooier

Hij was vies en getekend

Door de klauwen van veel vrouwen

Hij faalde te negeren

Geen fabel hier en geen les

Geen zingende weidespreeuw

Slechts ‘n vieze schooierzegen om

Wat ‘r met het hart gebeurt

Ik werkte altijd standvastig

Maar ‘k noemde het nooit kunst

‘k Kon wel tillen, maar nooit iets zwaars

Verloor haast mijn vakbondskaart

Ik kon overweg met ‘n geweer

Mijn vaders .303

We vochten voor iets finaals

Niet voor ‘t recht akkoord te gaan

‘k Mislukte de prille gloed

Toch klaar de dovende vonk

Vertel ‘t de jonge Messias

Wat ‘r met het hart gebeurt

24 juni 2016

Gedicht uit ‘The Flame’, Leonard Cohen – mijn vertaling