Mijn poëtica

De taal is van mij

ik spreek, ik luister, ik ben de stem

overal sleept het woord over me heen

laat me slapen, drinken, eten en voelen

hoe de aap tot spreken kwam

door de eeuwen door de straten door de pleinen

het wonder van de stem ontwortelt

en nergens is het over, nooit stopt het spreken

nergens slaapt het in de donkere stegen

geen zinvol water trekt de zin in klanken

nooit is de modder zonder mijn hoop op morgen

op het enkelvoudig denken over mezelf

tot de wegen gespreid klinken als verdriet

want

het woord is om te mijden

er is geen onderkomen

is geen klankbord van mijn zwijgen

er is het immer weten dat het in geen geval tot

mijn happy einde komt

Toekomst

Zo komt het nooit nog goed.

De dagen slinken in lange nachten

En de wind verbrandt de dorre blaren.

 

In de wereld dreigen moordenaars

het verleden opnieuw te beleven

In ommuurde kampen van haat

 

Mijn droom om oud te worden

In een wereld van liefde

Verbleekt met de angst voor morgen.

 

We schermen de avonden af in valse hoop

voor de donkere nachten die zullen komen.

De mensen staren niet meer naar de maan.

Alleen

Nergens heen.

Opvallend hoe de stilte aan me knaagt

als niemand me aanspreekt.

Ik ben een afvallige van een stammentwist

knijp me in de wangen om te voelen of ik leef.

Leef niet als ik enkel mijn holle lijf bewoon.

Want zij is weg van mij voor een heel klein moment.

Voelt als een jarenlang verdwijnen in niets in mij in iets van niets.

Praat ik met mezelf ik zwijg terstond.

Zwijg ik dagenlang ik stotter door de nacht.

Zegt zij ‘ik wil een kus’ ik klem haar vast tot de ochtend komt.

Want wij zijn een in eten en slapen en drinken en weggaan.

Zo eenzaam weten we de dagen te eren van toekomstig verdriet.

Leonard Cohen leeft verder

Leonard Cohen kondigde in ‘You want it darker’ zijn eigen nakende dood aan, en toch was het deze morgen schrikken bij het horen van zijn definitieve eindsong. Hij was voor mij als een tweede vader, een hechte vriend, een held, een inspirator, een kunstenaar eerste klas!

Cohens optreden in Brugge was voor mij de ultieme artistieke ervaring. We stonden op een bijna armlengte verwijderd van hem te luisteren naar deze zo wondere man. De tweede keer met zijn live-optreden in Gent was dan ook te afstandelijk, en met een stel kakelende Nederlanders achter ons, blijft dit slechts een stipje in mijn geheugen, een scherm ver verwijderd van mezelf.

Ik herinner me de allereerste keer dat ik Cohen hoorde, in mijn geboortedorp Moen. Ik zie de straat nog voor mij, met luidsprekers waaruit de zware stem van Cohen weergalmde. Vanaf die jeugdige tijd ben ik fan geworden van deze Canadees. Nu ik 67 ben, noem ik mij geen fan maar een trouwe verre vriend die nu rouwt om zijn heengaan.

Door het jarenlang vertalen van zijn gedichten en songs en het beluisteren van al zijn liedjes is de mens Cohen binnengeslopen in mijn ziel.  De leefwereld van Cohen is zo rijk aan gedachten en beelden en klanken dat je nederig moet toegeven dat je nog niet aan zijn enkels reikt.

Slaapliedje voor mijn broer Wolf

Word wakker, grote broer,
Je hebt genoeg geslapen
Tijd om je laatste voetbalmatch te spelen.
Waarom blijven je ogen dicht
Terwijl je nog zoveel wil zien
Van deze grote wereld?

Jouw hoofd is nu zoveel zwaarder
Van al die stoute dingen
Die zo vanzelf als spoken komen
In de nacht van zwarte gedachten,
Die jij in één salto weg kon lachen.

Maar word toch eindelijk wakker:
Er is nog zoveel moois te beleven,
Het ligt zo voor het rapen:
Als de puzzels die je voor mij maakte.
Als de grote broer van wie ik zoveel leerde.

Maar blijf nu maar slapen
Want de wereld gaat toch om zeep.
Vanuit jouw droom kun jij de mensen redden,
En dan zijn we weer heel dicht bij jou,
In een beter leven, zo gemaakt door jou.

Dirk Rommens

Voor Wolf (°2008-+2015)
11 december 2015

Bootvluchtelingen

topzwaar; naar de morgen geduwd
het schip van de hoop. visgebieden
omzeild, kusten in de holte van handen
gevangen. Maar geen vluchtgebied
zo oneindig als dagenlang drinken
uit lege bekers.

gelaten staren naar de uitgelopen
einders, mist verbergt niets, niets
nemen ze mee. angst drijft hen weg over
zeeën naar morgen en overmorgen.

schipbreukelingen op sleeptouw genomen

pulken aan uitgedroogde woorden
magen kantelen overboord de zilte smaak.

op de rand van de wanhoop
roept een verdwaalde vogel

in een vreemde taal.

Uit ‘De Morgen van het Wit Verdriet’
Yang Poëziereeks
Gent 1988