In Weirdo’s jg 34 nr. 4 (december 2021-januari 2022) verscheen dit artikel over het plagiaat van Lucie Putzeijs:
Categorie archief: Taal
De schroevendraaier
Die schroevendraaier is niet van mij.
Ik weet het zeker. Hij is van mijn broer.
Het heeft geen zin om hem terug te geven.
Ik gebruik hem om de stopcontacten vast te zetten.
Die zijn na al die jaren wat losgekomen.
Telkens als ik een licht aan- of uitschakel zie ik mijn broer.
Hij installeerde alle schakelaars in de nieuwbouw.
Op alles zit sleet. Ook op verdriet, zeggen ze.
Ik denk het niet. Als hij die schroevendraaier ziet,
Zal hij zeggen: “Ach, ik was hem vergeten. Hou hem maar.”
Hij heeft hem niet meer nodig.
Hij is al lang dood.
Wat ‘r met het hart gebeurt
Ik werkte altijd standvastig
Maar ‘k noemde het nooit kunst
Ik beheerste mijn depressie
Met Jezus woord en Marx’ tekst
Toch klaar de dovende vonk
Vertel ‘t de jonge Messias
Wat ‘r met het hart gebeurt
Er is ‘n mist van zomerzoenen
Waar ik dubbel parkeerde
Vijandigheid bleek gemeen
Met de vrouwen aan de macht
Het was noppes, ‘t was een gedoe
Maar ‘t liet een lelijk teken
Dus ik kom weer op bezoek om
Wat ‘r met het hart gebeurt
Ik verkocht heilige prullen
Ik was nogal spits gekleed
Had een poesje in de keuken
En een panter in de tuin
In de cel met de begaafden
Was ‘k maat met de bewaker
Dus was ik nooit getuige van
Wat ‘r met het hart gebeurt
‘k Had het moeten zien komen
Zeg maar dat ik de kaart schreef
Alleen haar te zien was kommer
‘t Was van meet af aan veel kwel
We speelden ‘t perfecte koppel
Maar ik hield nooit van mijn deel
Het is niet mooi, ’t is ook niet fijn
Wat ‘r met het hart gebeurt
De eng’len hebben nu een viool
En de duivel bespeelt ‘n harp
Elke ziel is als een witvis
Elke geest is als een haai
Ik opende elk venster
Maar het huis, het huis is zwart
Zeg gerust Oom, hou ‘t simpel om
Wat ‘r met het hart gebeurt
Ik werkte altijd standvastig
Maar ‘k noemde het nooit kunst
Slaven waren er al eerst
Zangers geketend, verbrand
D’ ark van gerechtigheid was krom
De gekwetsten klaar voor ‘n mars
‘k Verloor mijn werk behoedend
Wat ‘r met het hart gebeurt
‘k Studeerde met die schooier
Hij was vies en getekend
Door de klauwen van veel vrouwen
Hij faalde te negeren
Geen fabel hier en geen les
Geen zingende weidespreeuw
Slechts ‘n vieze schooierzegen om
Wat ‘r met het hart gebeurt
Ik werkte altijd standvastig
Maar ‘k noemde het nooit kunst
‘k Kon wel tillen, maar nooit iets zwaars
Verloor haast mijn vakbondskaart
Ik kon overweg met ‘n geweer
Mijn vaders .303
We vochten voor iets finaals
Niet voor ‘t recht akkoord te gaan
‘k Mislukte de prille gloed
Toch klaar de dovende vonk
Vertel ‘t de jonge Messias
Wat ‘r met het hart gebeurt
24 juni 2016
Gedicht uit ‘The Flame’, Leonard Cohen – mijn vertaling
3de gedicht op ‘De schaal van Digther’
Vandaag verscheen het laatste van drie gedichten op het Online literair tijdschrift ‘De schaal van Digther’.

Tweede gedicht op ‘De schaal van digther’
Drie gedichten op ‘De schaal van Digther”
Vandaag verscheen het eerste van drie gedichten op het Online literair tijdschrift ‘De schaal van Digther’.

Mijn poëtica
De taal is van mij
ik spreek, ik luister, ik ben de stem
overal sleept het woord over me heen
laat me slapen, drinken, eten en voelen
hoe de aap tot spreken kwam
door de eeuwen door de straten door de pleinen
het wonder van de stem ontwortelt
en nergens is het over, nooit stopt het spreken
nergens slaapt het in de donkere stegen
geen zinvol water trekt de zin in klanken
nooit is de modder zonder mijn hoop op morgen
op het enkelvoudig denken over mezelf
tot de wegen gespreid klinken als verdriet
want
het woord is om te mijden
er is geen onderkomen
is geen klankbord van mijn zwijgen
er is het immer weten dat het in geen geval tot
mijn happy einde komt
Oud nieuws was fake nieuws
In de inkom van ons huis hangt al tientallen jaren de befaamde tekst ‘Streven naar geluk’ ofte ‘Desiderata‘. Een dankbaar geschenk van een van de broers van mijn vrouw. Bij welke gelegenheid? Bijna de zeventig bereikt, vallen huwelijks- en andere verjaardagen over elkaar en weet ik het niet meer. Die tekst was zo bijzonder omdat hij tot op vandaag zo heerlijk actueel blijft. Een monnik (?) uit de Sint-Pauluskerk in Baltimore, Maryland, de Verenigde Staten. Geschreven in het jaar 1692, zo staat onderaan te lezen. Respect, man.
Ik heb het altijd een beetje raar gevonden dat in dit gedicht – jawel, daar straks meer over – de auteur (een monnik, een pater, een abt???) het had over het lawaai. Welk lawaai? Boerenkarren die over kasseien dobberden, het geklingel van emmers uit de waterput, kijvende wijven aan de poort van de kerk, joelende kinderen, vloekende arbeiders? Ik kon er me wel een en ander bij voorstellen.
Dat hele gedicht dat in Nederlandse vertaling een doorlopende tekst was geworden in een vertaling van ???wie??? bleef me intrigeren. Vandaag had ik een doortastende ingeving: hoe zou die originele tekst in het Engels wel luiden, vermoedelijk in oud-Engels, toch? Nu liggen de antwoorden de dag van vandaag voor je neus, als je een beetje thuis bent op het internet. Zou het een bevredigend antwoord worden?
Man man man, wat een ontgoocheling toen ik dit las: “Uit de FAQ van Alt.Usage.English: “Desiderata” is geschreven in 1927, door Max Ehrmann (1872-1945). In 1956 gebruikte de predikant van De St. Pauluskerk in Baltimore, Maryland, het gedicht in een verzameling stencils met inspiratiemateriaal voor zijn gemeente. Iemand die het later drukte zei dat het gevonden was in de oude St. Pauluskerk, gedateerd 1692. Het jaar 1692 is het jaar waarin de kerk gesticht was, en heeft niets te maken met het gedicht. Zie Fred D. Cavinder, “Desiderata”, TWA Ambassador, Aug. 1973, pp. 14-15.”
In één klap zag ik mijn verbeelde monnik, lawaai makende boerenkarren, kijvende wijven… verpulveren en herleven in de gedaanten van mensen uit de heel wat dichtere twintigste eeuw! Dit gedicht bleek dus fake te zijn – nee, ik moet het corrigeren: de auteur was gewoon een schrijver die op het einde van de tweede wereldoorlog overleden was, in mijn gedachten was hij fake, een valse profeet, zou ik durven zeggen. Hij was niet die filosoof uit die stoffige kerk in Baltimore die me toen al decennia lang voorhield in deze 21ste eeuw goed en zinvol te leven…
Maar mijn vondst kreeg nog een verrassend kantje. Ergens anders las ik: ‘Het artikel van 8 januari kwam erop neer, dat de tekst die begint met ‘Wees kalm te midden van het lawaai en de haast’ geschreven is door de Amerikaan Max Ehrmann in 1927 en door zijn weduwe is gepubliceerd in 1948. Dat Ehrmann de auteur was, blijkt door Filiep van den Broeck al te zijn onthuld in Onkruid 76 van 1990 (brief mw C. M. de Nijs).’ (School voor Filosofie)
Het was de naam Filiep van den Broeck die mijn hart deed opspringen van vreugde. Een ex-scout zoals ik er ook een ben geweest, maar hij was in vervlogen dagen vooral bedrijvig bij het tijdschrift Onkruid, waar ook Simon Vinkenoog hoge ogen gooide – die woordspeling kon ik niet laten liggen – en waar ik nog een eitje mee te pellen had, ware het niet dat hij ondertussen hogere regionen heeft opgezocht. (Over die periode kom ik later nog eens op terug als ik de moed heb om dat hoofdstuk aan te snijden…)
Kortom, Filiep, dat deed me weer denken aan die tijd toen je een van mijn gedichten in de publieksruimte van Bossuit wist op te hangen – waarvoor nog altijd heel veel dank! Hij wist het dus al die jaren dat het gedicht in onze inkom helemaal niet in 1692 werd geschreven, maar zoveel later. Waarom heb je mij daar nooit over verteld? Wellicht omdat je nooit in onze inkom hebt gestaan? Omdat wij je nooit hebben uitgenodigd, ondankbare gast die ik ben, nu ik me realiseer met de voeten op de grond te zijn terechtgekomen. Immers, fake nieuws is blijkbaar van alle tijden, nietwaar?
Bij deze kleef ik een paar plakkertjes over de bron van de tekst. Daarop schrijf ik de naam van de echte auteur Max Ehrmann (1872-1945).
Juist is juist. Feiten zijn feiten. Met mijn welgemeend excuus en toch even grote bewondering voor uw gedicht.
