Mijn moeder

Op de oude foto’s zie ik haar in grijze grauwe woorden
Opduiken als in een donkere kamer vol witte kleuren
Ze wrijft me op mijn wangen, ze biedt me eten aan
Alsof ze bedelend om liefde vraagt en me vergeeft

Zij weet het wel hoe ik in haar ogen kijk naar toen
Naar een kind met speelgoed dat opgebaard ligt
In de kelder van angsten en verdriet om krantenknipsels
Waarin de hoofdrol door niemand is beschreven

De doodgezwegen dingen

Weet dat de dingen slapend zen worden

met nergens het ondenkbare zingen

met de lawaaierige dreun van voorbijrijdende auto’s

die zouden moeten slapen in enorme parkeergarages

met bumpers die gloeien van slachtoffers

en verkeersdrempels met het glooiende gras

en de diepgaande sporen van dit kind

dat op een fiets om het leven kwam

met drie regels in de krant

en die duizend andere engeltjes

samengeraapt op gedenkmomenten en vuurwerk

 

dit gezegd zijnde is de burgemeester heel ontstemd

dat zijn stad genoemd wordt in het jaaroverzicht

van de vrt

 

Mijn poëtica

De taal is van mij

ik spreek, ik luister, ik ben de stem

overal sleept het woord over me heen

laat me slapen, drinken, eten en voelen

hoe de aap tot spreken kwam

door de eeuwen door de straten door de pleinen

het wonder van de stem ontwortelt

en nergens is het over, nooit stopt het spreken

nergens slaapt het in de donkere stegen

geen zinvol water trekt de zin in klanken

nooit is de modder zonder mijn hoop op morgen

op het enkelvoudig denken over mezelf

tot de wegen gespreid klinken als verdriet

want

het woord is om te mijden

er is geen onderkomen

is geen klankbord van mijn zwijgen

er is het immer weten dat het in geen geval tot

mijn happy einde komt

Mijn afscheid van GB en The Times….

Chat Started: Tuesday, January 28, 2020, 11:22:46 (+0000)

Chat Origin: TNL-SERVICE

Agent Emily K

( 1s ) Emily K: Hello, you’re chatting with The Times Live Chat Team. How can we help?

( 25s ) Mr Rommens: I’d like to cancel my subscription.

( 1m 37s ) Emily K: Good morning Mr Rommens, I am glad that you have brought this to my attention, I would be happy to look into this for you today. I am sorry to hear that you wish to cancel.

( 1m 45s ) Emily K: So I can locate you on our system and for security, may I take the following information:

Full name:

Email address:

( 2m 3s ) Mr Rommens: d…@…e

( 2m 15s ) Mr Rommens: Dirk Rommens

( 2m 37s ) Emily K: Thank you. May I ask why you wish to cancel today?

( 3m 31s ) Mr Rommens: The end of our friendly relation EU-GB. I’m so disappointed!

( 3m 59s ) Emily K: Thank you, I understand. Whilst I am processing the cancellation, can I ask if there was anything you enjoyed about the subscription?

( 4m 53s ) Mr Rommens: I’ll miss the excellent journalism.

( 5m 24s ) Mr Rommens: But I can’t spend any Euro to a country that dislikes us.

( 6m 19s ) Emily K: I can now confirm that your subscription has been cancelled. Your service will remain until 26/02/20. I can confirm there will be no further payments requested. Is there anything else I can help you with today?

( 7m 15s ) Mr Rommens: Please inform your PM about my cancellation.

( 7m 35s ) Emily K: I will be sure to pass your feedback on.

( 8m 49s ) Mr Rommens: Thanks a lot. For understanding our disappointment.

( 9m 1s ) Emily K: I hope you enjoy the rest of your week Mr Rommens. If you need anything else, please don’t hesitate to contact us at The Times and The Sunday Times as we will be happy to assist further.

( 9m 49s ) Mr Rommens: Have a nice day and bright future without us…

( 11m 23s ) Mr Rommens: As a retired English teacher this has really hurt my feelings for the love off English…

( 12m 10s ) Mr Rommens: of

( 13m 4s ) Emily K: I understand Mr Rommens, I am sorry that you feel this way.

( 14m 17s ) Mr Rommens: It was nice to be able to tell this to someone in the UK. Thanks for listening! Bye…

( 14m 39s ) Emily K: You are most welcome Mr Rommens, goodbye.

De zanger

Hij was een klein, pezig mannetje met een akoestische gitaar. Het publiek kende hem al. Ik ook, want ik had een hele verzameling cd’s en liedjes op mijn iTunes. We waren ongelooflijk enthousiast toen hij op zijn gitaar de eerste noten aanzette, om daar meteen het hele lied over te zingen in zijn typisch nasale stem.  

Hij was gekomen, de zanger! En er was een grote opkomst, dat spreekt… Ik stond helemaal vooraan, op enkele meters van de zanger; maar na een tijdje kwamen twee rijen mensen mij het zicht belemmeren. 

Na zijn optreden mocht ik hem persoonlijk spreken. Hij en ik. Hij zei dat hij nu wel dorst had. Aan de toog was het eventje drummen om dichter te komen. De barman zag ons eerst niet staan, maar toen ik mijn hand omhoog stak, nam hij de bestelling op: twee biertjes! We klonken met onze flesjes. 

Ik vroeg hoe hij het eerste deel van zijn optreden had ervaren. “Bah, not so good. Forgot some lyrics. Shit. Must be old age…” Ik probeerde hem tegen te spreken, maar hij had kennelijk geen zin meer in een gesprek en repte zich naar het geïmproviseerde podium. Ik was hem kwijt. 

 Ik had met Bob Dylan gesproken. Ik had er geen enkel bewijs van, ik had er niet aan gedacht om een selfie te maken. Enkel in mijn herinnering zou ik hem blijven koesteren; net zoals ik Leonard Cohen had leren kennen in een vroegere droom.

Ik werd wakker, nog nagenietend van deze merkwaardige gebeurtenis.

Tot mijn grote verwondering – achteraf dan wel – droomde ik verder over Bob Dylan. Er was een optreden gepland van deze nobelprijswinnaar. Edoch, er kwam slechts een twintigtal mensen opdagen op een verder leeg plein. Wachten op de komst van Dylan. Wachten en wachten. Maar hij kwam niet opdagen.  

Ik werd weer wakker. Wat een ontgoocheling… Maar ik troostte me met de gedachte dat ik hem de vorige keer wél gezien en gesproken had; daar moet ik het dus voor de rest van mijn leven mee doen. En met de muziek van mijn iTunescollectie.

Ik zal nooit meer op dezelfde manier luisteren. Ik heb hem persoonlijk gesproken. Zoiets vergeet je niet. Wellicht zal ik het als een echte gebeurtenis beschouwen als mijn geheugen steken laat vallen. Dan vul ik mijn verleden zelf wel aan met dromen en illusies…

Hommage Sabine Rommens

Sabine trekt ingebeelde lijnen
op een netvlies van papier;

de ogen in zichzelf gekeerd
met kleuren van zachte adel

en het penseel krast diepe wonden
in de perfecte droom

van tinten en onbestaande vormen;

slapeloze nachten van verlangen
naar een verre reis naar morgen
waar niemand van terugkomt

alleen geschonden foto’s,
een zwart-wit tekening van onvermogen.

Sabine verleert het wenen uit zelfbeklag
en zoekt zorgend haar eigen weg.

Dirk Rommens 1982 en 2019

Toekomst

Zo komt het nooit nog goed.

De dagen slinken in lange nachten

En de wind verbrandt de dorre blaren.

 

In de wereld dreigen moordenaars

het verleden opnieuw te beleven

In ommuurde kampen van haat

 

Mijn droom om oud te worden

In een wereld van liefde

Verbleekt met de angst voor morgen.

 

We schermen de avonden af in valse hoop

voor de donkere nachten die zullen komen.

De mensen staren niet meer naar de maan.

Oud nieuws was fake nieuws

In de inkom van ons huis hangt al tientallen jaren de befaamde tekst ‘Streven naar geluk’ ofte ‘Desiderata‘. Een dankbaar geschenk van een van de broers van mijn vrouw. Bij welke gelegenheid? Bijna de zeventig bereikt, vallen huwelijks- en andere verjaardagen over elkaar en weet ik het niet meer. Die tekst was zo bijzonder omdat hij tot op vandaag zo heerlijk actueel blijft. Een monnik (?) uit de Sint-Pauluskerk in Baltimore, Maryland, de Verenigde Staten. Geschreven in het jaar 1692, zo staat onderaan te lezen. Respect, man.

Ik heb het altijd een beetje raar gevonden dat in dit gedicht – jawel, daar straks meer over –  de auteur (een monnik, een pater, een abt???) het had over het lawaai. Welk lawaai? Boerenkarren die over kasseien dobberden, het geklingel van emmers uit de waterput, kijvende wijven aan de poort van de kerk, joelende kinderen, vloekende arbeiders? Ik kon er me wel een en ander bij voorstellen.

Dat hele gedicht dat in Nederlandse vertaling een doorlopende tekst was geworden in een vertaling van ???wie??? bleef me intrigeren. Vandaag had ik een doortastende ingeving: hoe zou die originele tekst in het Engels wel luiden, vermoedelijk in oud-Engels, toch? Nu liggen de antwoorden de dag van vandaag voor je neus, als je een beetje thuis bent op het internet. Zou het een bevredigend antwoord worden?

Man man man, wat een ontgoocheling toen ik dit las: “Uit de FAQ van Alt.Usage.English: “Desiderata” is geschreven in 1927, door Max Ehrmann (1872-1945). In 1956 gebruikte de predikant van De St. Pauluskerk in Baltimore, Maryland, het gedicht in een verzameling stencils met inspiratiemateriaal voor zijn gemeente. Iemand die het later drukte zei dat het gevonden was in de oude St. Pauluskerk, gedateerd 1692. Het jaar 1692 is het jaar waarin de kerk gesticht was, en heeft niets te maken met het gedicht. Zie Fred D. Cavinder, “Desiderata”, TWA Ambassador, Aug. 1973, pp. 14-15.”

In één klap zag ik mijn verbeelde monnik, lawaai makende boerenkarren, kijvende wijven… verpulveren en herleven in de gedaanten van mensen uit de heel wat dichtere twintigste eeuw! Dit gedicht bleek dus fake te zijn – nee, ik moet het corrigeren: de auteur was gewoon een schrijver die op het einde van de tweede wereldoorlog overleden was, in mijn gedachten was hij fake, een valse profeet, zou ik durven zeggen. Hij was niet die filosoof uit die stoffige kerk in Baltimore die me toen al decennia lang voorhield in deze 21ste eeuw goed en zinvol te leven…

Maar mijn vondst kreeg nog een verrassend kantje. Ergens anders las ik: ‘Het artikel van 8 januari kwam erop neer, dat de tekst die begint met ‘Wees kalm te midden van het lawaai en de haast’ geschreven is door de Amerikaan Max Ehrmann in 1927 en door zijn weduwe is gepubliceerd in 1948. Dat Ehrmann de auteur was, blijkt door Filiep van den Broeck al te zijn onthuld in Onkruid 76 van 1990 (brief mw C. M. de Nijs).’ (School voor Filosofie)

Het was de naam Filiep van den Broeck die mijn hart deed opspringen van vreugde. Een ex-scout zoals ik er ook een ben geweest, maar hij was in vervlogen dagen vooral bedrijvig bij het tijdschrift Onkruid, waar ook Simon Vinkenoog hoge ogen gooide – die woordspeling kon ik niet laten liggen –  en waar ik nog een eitje mee te pellen had, ware het niet dat hij ondertussen hogere regionen heeft opgezocht. (Over die periode kom ik later nog eens op terug als ik de moed heb om dat hoofdstuk aan te snijden…)

Kortom, Filiep, dat deed me weer denken aan die tijd toen je een van mijn gedichten in de publieksruimte van Bossuit wist op te hangen – waarvoor nog altijd heel veel dank! Hij wist het dus al die jaren dat het gedicht in onze inkom helemaal niet in 1692 werd geschreven, maar zoveel later. Waarom heb je mij daar nooit over verteld? Wellicht omdat je nooit in onze inkom hebt gestaan? Omdat wij je nooit hebben uitgenodigd, ondankbare gast die ik ben, nu ik me realiseer met de voeten op de grond te zijn terechtgekomen. Immers, fake nieuws is blijkbaar van alle tijden, nietwaar?

Bij deze kleef ik een paar plakkertjes over de bron van de tekst. Daarop schrijf ik de naam van de echte auteur Max Ehrmann (1872-1945).

Juist is juist. Feiten zijn feiten. Met mijn welgemeend excuus en toch even grote bewondering voor uw gedicht.