Op één been

Aftellen. Pas zeven dagen voorbij. Nog vijf weken te gaan. Op één been.
De voorbije jaren doe-het-zelver zonder grote ongelukken. Aan de pensioengerechtigde leeftijd – 65 jaar – meteen maar een professionele voetballerskwetsuur opgelopen om U tegen te zeggen. De achillespees gescheurd.
De ladder onder mij heen geschoven, voet tussen de sport en de vloer gezwikt, de hiel eerst gevoelloos alsof hij afgerukt werd, daarna helse pijn. Verdomme, dat moest mij overkomen, terwijl ik zo goed bezig was: de bovenste steenlagen van de garage moesten nog gevoegd worden vooraleer ik de schilderwerken kon aanvangen. Al drie muren gevoegd, maar in die hoek was het een heikel geklooi, want de elektriciteitskast belette me om de ladder tegen de muur te zetten. In twee seconden was het gebeurd. Een geluk bij een ongeluk, want mijn andere voet kon hetzelfde lot zijn ondergegaan. Dan zat ik in een rolstoel. Nu loop ik op krukken, en verplaats ik me op mijn bureaustoel, kwestie van de okselspieren te sparen.
Maar die rechterkant is al gekneusd, sinds ik een trapje af, struikelde. En nog verder uitgerokken, toen ik gehurkt de trap op klauterde en achteraan bleef haperen aan mijn riem.
wordt vervolgd

20140611-142206-51726787.jpg

Boomplantdag zonder bomen…

In de ‘Lokale Burgerkrant‘, een uitgave van Open Vld-Kuurne, lazen we een artikel dat ons enkel kan verontrusten. Er staat immers letterlijk: “Wij zullen vandaag geen bomen aanplanten, want we hebben hiervoor in Kuurne geen plaats”. Einde citaat van een aangehaald maar niet genoemd bestuurslid van de CD&V/N-VA/Sp.a.Groen-meerderheid.

Uiteraard niet, want de verkavelingen brengen meer zaad in het zakje, natuurlijk! Overal komt beton! Daar is er wél plaats voor! Met Groen in het bestuur is het volop milieubewustzijn ten top!

Om van te janken.

boomplantdag2014

Bomen kappen – vervolg

Afbeelding

 

Zie ze staan glunderen! Dit is de smile van het nieuwe milieubeleid in Kuurne!
De bomen zijn de schuld van zowat alles! Bomen verliezen bladeren, ze nemen het licht af, ze duwen de tegels omhoog, ze zorgen voor onveiligheid, ze staan aan de kant van de weg en daar botsen auto’s tegen, enz.

Dus: weg met die handel!

Is er dan niemand, geen enkele individu die daar tegen in opstand komt? Volwassen bomen moeten eraan geloven…

In plaats van zo uitdagend op de foto te poseren, zouden die heren beter in hun kelder kruipen van pure schaamte!

Open brief aan de milieudienst

bomen_voor_de_kaalslagAfgezaagde bomen in de Sint-Pietersstraat

Ik wil hierbij mijn bezorgdheid en zelfs verontwaardiging uiten over het gevoerde milieubeleid in Kuurne.

 Als het afzagen van bomen in de Sint-Pietersstraat symbool staat voor de keuzes die gemaakt worden door de huidige bestuursploeg, dan maak ik me zeker zorgen.

Het beetje groen werd vroeger al stapje voor stapje uitgedund, om diverse redenen (opsteken van het trottoir, hinder van afvallende bladeren, enz.) Wat zal de stap zijn na deze drastische ingreep in de straat? Wellicht moeten straks particulieren hun bomen rooien, omdat de buren de bladeren hinderlijk vinden? Is het ruimen van sneeuw niet veel lastiger? Gelukkig is er de opwarming van de aarde zodat we geen strenge winters meer zullen krijgen… dus ook geen sneeuw meer! Leve het milieu!

 Is het rooien van bomen niet toegeven aan de gemakzucht en het gezeur van onverdraagzame egoïstische mensen? Met de auto onder de boom gaan staan om de auto te beschermen tegen de hitte van de zon, is dan weer wél meegenomen. Vreest men dan om stemmen te verliezen als men niet ingaat op deze wensen van boze buren?

 Waarom werden die bomen niet meteen met wortel en stam verwijderd, zodat we ons niet moeten ergeren aan deze met linten omgorde stervende stammen? Wat is hiervan de bedoeling? Komen er nestkastjes op? Laten we dan meteen ook de gapende gaten vol beton gieten, dan is er geen natuurvuil meer te bespeuren.

Vergis ik mij dat er in het bestuur afgevaardigden zetelen van de groene partij? Zal de foto van deze ingreep op hun partijpolitieke folders prijken? Of zullen ze de Sint-Pietersstraat photoshoppen met geleende beelden van Google? (zie onderaan)

 Hoever staat deze milieu-ingreep niet van deze beleidstekst: “Een krachtig milieubeleid, vastgelegd in een door de gemeenteraad goedgekeurd milieubeleidsplan,  zorgt ervoor dat het voor iedereen aangenaam en gezond werken, wonen en leven is. Kuurne wil een combinatie van duidelijke spelregels voor iedereen met frisse initiatieven waar iedereen bij betrokken wordt.” Is dit gewone politieke prietpraat? Wonen in een ‚aangename’ straat met wat groen is voor iedereen die er leeft en passeert toch een verademing? Maar ja, die mooie bladeren worden straks ‚vuile blaren’, nietwaar? De natuur heeft zo haar eigen wetten, nietwaar?

Als dit een „fris initiatief” is, dan vrees ik voor de volgende geplande milieu-activiteiten…

 Maar wellicht waren het ‚gevaarlijke bomen’? Zoals in de Sint-Pietersstraat in … Zemst: Rukwinden van de voorbije weken hebben ervoor gezorgd dat heel wat van de bomen ontworteld of afgestorven zijn. Een aantal groeit ook scheef naar de Sint-Pietersstraat en de privé-woningen die daar staan. Ze zijn gevaarlijk voor omwonenden en weggebruikers. Ook daar gaat de gemeente over tot het rooien van die bomen die een gevaar opleveren.”(rbz) Het Nieuwsblad.

Ik dacht dat dit niet het geval was…

Mag ik u dan ook vragen deze ingreep toe te lichten, zodat ik deze aanslag op groen kan uitleggen aan onze kleinkinderen… Op PIEnTER weten ze het wel:

“De school beschikt over een unieke tuin, waar sportactiviteiten worden georganiseerd of de kleutertjes tijdens de zomer kunnen genieten van een spannend verhaal in de schaduw van de bomen.” Wat er een beetje verder met de bomen gebeurt, is totaal andere koek… die schaduw is blijkbaar overbodig geworden.

Met vriendelijke groeten,

Dirk Rommens

 ***

ANTWOORD VAN DE MILIEUDIENST

Geachte heer Rommens

Bedankt voor uw e-mail bericht. Ik heb dit met bijzondere aandacht gelezen.

Behoudens een vergissing van de post, ontving u in de week van 3 februari de brief in bijlage die het verwijderen van de bomen aankondigt. Conform het beleidsplan wordt er waar mogelijk, inspraak gevraagd voor het uitzetten van het beleid, dit is in dit geval niet anders. Tot op heden kregen wij geen voorstellen vanuit de buurt, dus gaat het bestuur ervan uit dat het voor een eigen ontwerp kan gaan.

Door planningsproblemen gerelateerd aan ziekte, konden de stammen nog niet worden verwijderd door de dienst openbare werken, maar dit gebeurt héél binnenkort. Dan kunnen we starten van een propere lei.

Dan gaan we over tot het aanplanten van nieuw groen in de straat, conform het bomenbeleidsplan in fase van goedkeuring. We kiezen niet voor minder groen, maar voor minder onderhoudsintensief groen, wat kostenbesparend werkt. Met het vallen van het blad kunnen we echter geen rekening houden. We zullen kiezen voor streekeigen groen en voor bomen die zorgen voor een maximale biodiversiteit.

Niets weerhoudt u om nog voor 1 april insteken te geven. U mag al een eerste zichtbaar resultaat verwachten in de straat voor eind juni 2014.

Mvg, 

Wim Dewever
Duurzaamheidsambtenaar

***

ANTWOORD VAN DIRK

Geachte Wim Dewever,
In uw antwoord heb ik enkel bevestiging gezien van mijn kritische beschouwingen.
In de geciteerde brief staat immers: “In de winter vallen de bladeren door die klimaatverandering in een alsmaar kortere periode van de bomen waardoor er meer en meer weerstand ontstaat bij de bevolking tegen ‘het vallen van het blad’. De relatie mensen/openbare ruimte/bomen is dus op zijn minst ambigue te noemen.”
U bevestigt dat het inderdaad gaat over de ‚vervuiling door bladeren’. Om die reden moesten die bomen dus verdwijnen. U noemt het zelf ‚ambigue’… m.a.w. heel wat mensen vinden bomen hinderlijk terwijl ze blind zijn voor de positieve invloed van het groen in hun gemeente.
In uw geciteerde brief wordt op geen enkele manier expliciet geschreven dat de bomen zouden gerooid worden: “De staat van de straatbomen en hun plaatsing in de openbare ruimte in het eerste stuk van de Sint-Pietersstraat (huisnummer 1 t.e.m. 45) is verre van ideaal. Reeds meermaals kregen wij particuliere vragen tot het verwijderen/snoeien/verplaatsen van bomen in dit stuk van de Sint-Pietersstraat.
Daarom heeft het College van Burgemeester en Schepenen beslist om het straatgroen in dat eerste deel van de Sint-Pietersstraat opnieuw aan te leggen. De bestaande bomen die voor het meeste hinder zorgden, werden reeds aangepakt. Voor half maart 2014 volgt de rest en wij zorgen voor een nieuw concept van groenaanleg in de straat.”
Ik heb me lange tijd afgevraagd wat hiermee bedoeld werd. Het is pas nu dat het besef er is dat het over het verwijderen van bomen ging. Ik had gehoopt op een meer constructieve oplossing, met bij voorbeeld een informatieronde over het nut van bomen, zodat u de mentaliteit van de klagers zou kunnen gunstig beïnvloeden i.p.v. ze ‚gelijk te geven’ door toe te geven aan hun eisen…
U schreef ook dat er een stijgende nood is aan volwassen bomen. Hoe denkt u die doelstelling te bereiken als u de nog jonge bomen geen kans geeft? Heeft de (vorige) milieudienst dan de verkeerde bomen geplant? Welke bomen die nu aangeplant worden, zullen ooit volwassen worden, als er in de toekomst opnieuw klachten komen van verzuurde buren? U vindt het plotseling niet meer nodig om in te gaan op klachten van klagende buren, want u schrijft :”Met het vallen van het blad kunnen we echter geen rekening houden.”
U doet een oproep om onze inbreng te geven bij de planning van het nieuwe groen in de straat. Mijn inbreng is hiermee gebeurd. Ik wil méér bomen, meer struiken, meer bloemen. Misschien kunnen we met de buren zelf voor het onderhoud zorgen, zoals dat al elders gebeurt? Laten we buren vormen die minder zeuren en klagen, maar zelf verantwoordelijkheid opnemen voor hun buurt, en die niet alles afwentelen op ‚de politiek’.
Dat het niet enkel gaat om bomen, maar om het groter geheel, wil ik nog aanvullen met twee bedenkingen:
  • Waarom wordt het getolereerd dat ouders hun kinderen op de speelplaats afleveren en daarvoor hun auto parkeren in de Sint-Pietersstraat, terwijl er een ruime parkeerplaats voorzien is aan de Brugsesteenweg? Moet er eerst een ongeluk gebeuren vooraleer men die ouders erop wijst dat de veiligste plaats voor hun kinderen de parkeerplaats is? Maar ja, het is toch veel makkelijker dan te moeten wachten aan de rode lichten, nietwaar?
  • Nog altijd passeren zware vrachtwagens, ondanks het verbodsteken aan het begin van de Sint-Pietersstraat. Wellicht moeten nog duidelijker borden geplaatst worden aan de Brugsesteenweg die visueel tonen waar vrachtwagenbestuurders heen moeten om naar het industrieterrein te rijden, met een waarschuwing dat zij hun gps niet mogen volgen…
Met deze positieve insteek wens ik dit debat te beëindigen. Nu maar hoopvol uitkijken naar de toekomst!
***Afbeelding
BRIEF VAN 3 FEBRUARI 2014

Betreft Groenaanleg in de Sint-Pietersstraat (huisnrs. 1 – 45)

Bomen en gemeenten … het is een boeiend, maar niet altijd een evident verhaal. Bomen maken deel uit van de groene ruimte en bepalen in belangrijke mate het karakter van een stad of een gemeente.  Bomen maken de stad of de gemeente op maat van mensen en vormen ook een bron van biodiversiteit binnen de bebouwde omgeving. Met de klimaatverandering die meer en meer een harde realiteit wordt, zorgen de bomen in de zomer voor afkoeling in een sterk verstedelijkt gebied. In de winter vallen de bladeren door die klimaatverandering in een alsmaar kortere periode van de bomen waardoor er meer en meer weerstand ontstaat bij de bevolking tegen ‘het vallen van het blad’. De relatie mensen/openbare ruimte/bomen is dus op zijn minst ambigue te noemen.

Nu er in private tuinen vaak onvoldoende ruimte is, is er een stijgende nood aan volwassen bomen binnen het collectief, openbaar groen.  Door de opmaak van een bomenbeleidsplan wil de gemeente een onderbouwd bomenbeleid voeren en haar (ruimtelijke) ambities met betrekking tot bomen vastleggen; ruimte creëren voor bomen in straten en op pleinen; regels en richtlijnen formuleren om het bestaande bomenbestand beter te beschermen; de kwaliteit van het bomenbestand op peil houden, verbeteren en uitbreiden en de bewoners maar ook ontwerpers, uitleggen wat de gemeente ten aanzien van bomen wil bereiken.  Een bomenbeleidsplan is ook de opstap naar een bomenbeheerplan waarbij tot op wijk- en straatniveau het beheer, onderhoud en boomverzorging verder gepreciseerd wordt.

De staat van de straatbomen en hun plaatsing in de openbare ruimte in het eerste stuk van de Sint-Pietersstraat (huisnummer 1 t.e.m. 45) is verre van ideaal. Reeds meermaals kregen wij particuliere vragen tot het verwijderen/snoeien/verplaatsen van bomen in dit stuk van de Sint-Pietersstraat.

Daarom heeft het College van Burgemeester en Schepenen beslist om het straatgroen in dat eerste deel van de Sint-Pietersstraat opnieuw aan te leggen. De bestaande bomen die voor het meeste hinder zorgden, werden reeds aangepakt. Voor half maart 2014 volgt de rest en wij zorgen voor een nieuw concept van groenaanleg in de straat.

Insteken van uw kant voor deze vernieuwde groenaanleg zijn welkom. U kan ze richten aan het College van Burgemeester en Schepenen, Marktplein 9 te Kuurne of telefonisch overmaken via 056 73 71 46 of per e-mail aan  HYPERLINK “mailto:milieudienst@kuurne.be” milieudienst@kuurne.be en dit tot 5 maart 2014. Wij zullen, in de mate van het mogelijke, rekening proberen te houden met deze insteken. De leidraad voor ons blijft echter het opgemaakte bomenbeleidsplan.

Wij hopen u alvast met deze brief van dienst te zijn.

Wim Dewever, milieudienst@kuurne.be

2014

Tussen het zuchten van de wijnflessen
en het knallen van de gillende keukenmeiden
stof ik in gedachten de 365 dagen van 2013 af
sluit ik de koffer van heimwee naar vroeger

er is immers een nieuw jaar te vieren
met weer minder wensen en meer verdriet
om wat voorbij is of wat nog komen zal
toch is er de hoop dat 2014 meer vrede brengt

Maanlicht

Wat ik zag was maanlicht,
stralend op mijn handen,
nooit gezien, als vannacht
verbleekt in bleke stranden.
Moeder hield me tergend
langzaam in haar tederheid,
want ze liep leeg in
haar verdovend afscheid.

Als broers die geheimen verbergen
voor de blinde indringers;
zo sluip ik weg van zijn bed
waar de pijn kronkelt in zijn lijf.
Niemand zal ons weten kennen
van kattenkwaad en geniepig grappen
om de buitenwereld,
tot het einde komt.

En vader stierf voordien
hoestend in de leegte van woorden,
Zijn sigaret nog dampend
in onze ongezouten antwoorden.
Wat hebben de doden
ons vanavond nogmaals verteld,
Tenzij over de liefde
die ons altijd blijvend vergezelt.

Werkwoorden van C.L. Kruithof

Eerder verschenen in “Ambrozijn”, driemaandelijks artistiek tijdschrift uitgegeven door de culturele kring Ambrozijn, vzw.

Kruithof is een naam die ons in gedachten terugbrengt naar de man van het dwarsliggende woord, naar de provocerende discussies die je niet onberoerd lieten, naar de linkse filosofieprof Jaap Kruithof. Wisten we toen dat hij ook nog een broer had, Cornelus Lambertus Kruithof, geboren in Mortsel bij Antwerpen.

C. L. Kruithof (°1935) overleefde zijn broer (1929-2009) en ging opnieuw de poëtische toer op toen hij met pensioen ging. In zijn jeugd publiceerde hij al vijf dichtbundels, maar tijdens zijn loopbaan als socioloog aan de universiteiten van Brussel en Gent vond hij de tijd (en de inspiratie?) niet meer om poëzie te schrijven. Terwijl zijn broer een publiek figuur was geworden, koos hij voor de stilte en de luwte, ver weg van alle microfoons.

Met een grote regelmaat verschenen zijn dichtbundels in die tweede periode: in 2011 Melancholie van een man zonder toekomst en Soms is muziek voldoende. In 2012 zelfs drie bundels: Wij, gewone stervelingen, De mummies van Palermo en Wunderkammer.

Werkwoorden – Gedichten over wat wij mensen doen (Gopher B.V., Amsterdam 2013) is de zesde bundel op rij. Alsof de dichter de jaren van stilte wil(de) inhalen.

Het is wat bevreemdend om de gedichten in de inhoudsopgave alfabetisch gerangschikt te zien. De coverfoto verwijst ook naar het alfabetisch weergeven van woorden in het woordenboek. Liever dan een thematisch ordenen van zijn gedichten, schikt C.L. Kruithof koelweg zijn gedichten van Afscheid nemen tot Zonnen. Zijn poëzie omschrijft hij als volgt: “Na een toevallige ingeving / doe ik bij het dichten niets / anders dan nadenken”. Poëzie als drager van gedachten: wat inspireert is slechts aanleiding om verstandelijk greep te krijgen op wat toevallig op je afkomt.

In de flaptekst wordt zijn dichterschap in Werkwoorden duidelijk gemaakt: “De gedichten in deze bundel richten de aandacht op een willekeurige keuze aan handelingen (werkwoorden) waarmee ieder mens wel eens te maken heeft. Elk gedicht verwoordt de betekenis van het werkwoord op een geheel vrije manier”.

Om deze onderkoelde gedichten te smaken, dien je dan ook de gebruiksaanwijzing van de dichter te volgen en de gedichten niet zozeer te beoordelen op de poëtische kwaliteiten, maar op de inhoudelijke kracht van de gedachten.

Het gedicht Denken verkent de wereld van C.L. Kruithof: “Denken klampt aan hersensprongen / in een machine van schors en stam / van zuinige mogelijkheid en beperking / voor zich aandachtig overtreffen / met rede en emotie overwonnen.” De dichter hanteert het ontleedmes om zijn gedachten bloot te leggen. In Overslaan laat de dichter zijn gedachten niet vrij; hij kiest bewust voor het vergeten van het absurde dat opkomt in zijn hersenen: “Geef mij de springveer maar / van enthousiasme en verstand, / van doordacht en eigenzinnig streven. / Mijn hersenen zijn mijn redelijk leven.”

Ook in Fantaseren rekent hij af met de verbeelding: “En daarna herhalen / en werkelijk zien / wat al is gebeurd / maar dan verlost van dromen.

Kruithof wil, met opeens gebruikmaking van de archaïsche gij-vorm uit het kerkelijke jargon, de lezer zelfs overtuigen om niet meer te geloven: “Laat het geloof toch varen / gij die dat nog doet, / want het helpt u geen zier / op de zee die voert naar zwarte gaten, / een reis waar onzin niet met hoop / en kinderpraat valt te sussen /  en die u gewoon verdwijnen laat / in het niets zoals wij weten dat alles / in de wereld na verlopen tijd vergaat. / Kom hier, dat wij elkander omhelzen / en kussen.”  Fysieke aanraking biedt soelaas tegen het ‘verdrinken’. In Verzinnen waarschuwt de dichter eveneens voor verzonnen verhalen: “Omdat gij niets weet, / onwetend zijt, / kunt gij rijkelijk verzinnen / en het is uw verzonnen verhaal / dat u zekerheid geeft. / God is uw bewondering / van uw eigen leven, / is uw talent / om onrust te bedwingen.”

In Wanhopen is de rol van Christus helemaal uitgespeeld: “En Christus staart / zonder te geloven, / zonder nog de hoop die moet / en toch de mens verlaat.”

In Knoeien geeft de dichter ons een kijk op onszelf, en die is verre van positief: “We sjoemelen behoedzaam, / bedriegen uitgestreken, / we verhaspelen onze strengheid, / verzwelgen in gretigheid, / we verbasteren tot slechte smaak.” Ons treft schuld om wat verkeerd loopt.

Toch is het niet allemaal geknoei. Vlaanderen krijgt zelfs een voorkeursbehandeling van de dichter en je vraagt je af of het gegeven dat zijn ouders Nederlandse predikanten waren daar voor iets tussen zit. Ondergebracht bij het werkwoord Lusten signaleren we ‘goesting’ als het lievelingswoord van de dichter: “Vlaanderen is het hunkerende land / waar goesting graagt in stromend bloed. / In dit land is goesting heer en meester. / Met goesting wordt het leven vrije tijd.” (Let op het neologisme ‘graagt’ als werkwoord!) Over het Spreken van de Vlamingen is Kruithof minder tevreden: het stopwoordje ‘eigenlijk’ ergert hem mateloos: “Help de Vlaming aan een lenig hoofd / dat ‘eigenlijk’ achternazit en verjaagt. / Verlos zijn spraak van dit ondoordachte woord, / Vlaanderen moet van zijn ‘eigenlijk’ / worden bevrijd.”

Dat de gedichten doordesemd zijn van ervaringen gedurende een lang leven, weerhoudt de dichter niet om in Verlangen heimwee te hebben naar vroeger: “Soms verlang ik naar een hobbelpaard / om schommelend weer kind te wezen, / voor de eenvoud van wat gebeurt  / zonder de beklemming van ouderdom / die zo dikwijls om het jong zijn treurt.”

Maar er is ook vertwijfeling door het ouder worden: “Wat ik van dagen wel moet denken / waarvan het broze tellen mij ontgaat, / met luchten die klaren en verdonkeren / met eentonigheid als regelmaat: / ik voel in dagen nachten wenken.” (Vertwijfelen 1) en “Ik kan het woelen en kraaien niet meer aan, / laat mij toch burgerlijk wezen / met mijn eigenzinnig, introvert bestaan.” (Vertwijfelen 2) In Weggaan heeft de dichter het over het einde van het leven: “De dood mag dan wel / niemendal zijn, van sterven / moet een mens bekomen. // Jan en alleman heeft tegenzin / in de duur van het gaan, / maar niemand vraagt / om zijn moment te ontlopen.”

Toch is het blijkens Zich spiegelen niet allemaal kommer en kwel in de oude dag van de dichter: “Maar telkens zie ik die spiegel weer / en dat gezicht met de gedachte. / Dan denk ik aan de volgende keer / als het licht de morgen ziet / en ik me nog levend zie. Prachtig!”

C.L. Kruithof heeft zijn hele leven de keuze gemaakt om in stilte te werken, als intellectueel. Schreeuwen is aan hem niet besteed: “Het aanvurend schreeuwen / bij het presteren, / gebeurt wel in de sport / maar niet bij het werken / van intellectuelen. / Zij bereiken niet / met aanmoediging in zicht / en schreeuwen zelf binnensmonds / als zij prestaties realiseren.”

Hoe anekdotisch Kruithofs gedichten ook zijn (Geeuwen, Ontbijten, Pootjebaden, Zonnen enz.), steeds krijgen ze een diepere dimensie die aanleiding geeft tot filosofische beschouwingen over het bestaan. Door de klinische benadering van het leven, uitgepuurd tot streng geformuleerde gedachten, spreekt een zekere afstandelijkheid, als woorden uit een woordenboek. C.L. Kruithof beleeft in zijn oude dag zijn voorbije leven, ontleedt zijn bestaan zonder mededogen, smukt zijn zinnen met mondjesmaat op, zingt zoals hij gebekt is tot de laatste adem.

Lusten

Vlaanderen heeft in goesting
leren zwemmen, in een woord
dat hier tot lust verblijdt.
Ik teken voor dit oord
van aarde en onmogelijk lijden,
van werklust en gemoedelijkheid.

Goesting is de hartslag van begeerte,
is het smaken van buikgevoel en zuchten
slaken, is het proeven van onderhuidse
gloed, van zoete mond en warme handen.
Goesting maakt contact met wie men is.

 Vlaanderen is het hunkerende land
waar goesting graagt in stromend bloed.
In dit land is goesting heer en meester.
Met goesting wordt het leven vrije tijd.

 C.L. Kruithof