Leonard Cohen

Wat ik nooit had durven dromen, is gebeurd! Leonard Cohen is bij ons thuis op bezoek geweest! Hij was vriendelijk, maar ook wat gereserveerd. Maar wat me opviel: hij had zijn shorts aan! Zijn behaarde benen waren spierwit, wat ik ook begreep: ik had hem immers altijd in een net pak gezien, in Brugge en in Gent. En als boeddhist droeg hij lange kleren. Heb ik gezien in een documentaire.

Vroeg ik: “Zal ik een van je platen opzetten?”
Cohen: “Nee, alstublieft, ik kan mezelf niet aanhoren…”
Dus heb ik de plaat netjes opgeborgen. Tot ik vroeg of hij zijn handtekening wilde zetten. Dat deed hij gewillig. Ik reikte hem een balpen aan, maar het was al gebeurd voor ik het goed besefte.
Mijn moeder vroeg of hij iets wilde drinken. “Fruitsap, graag,” zei hij nadrukkelijk. Ik stormde de kelder in, maar zag dat in de halflege fles een laagje schimmel stond. Kunnen we toch niet serveren, dacht ik. Een glaasje water was ook oké.

Ik vroeg me af of hij onlangs Nederlands had gestudeerd, aangezien onze conversatie in onze taal gebeurde. Kon zijn, natuurlijk, aangezien hij hier zoveel keer in Gent optrad.

Ik vroeg me af of dit wel een bezoek was dat ik me zou beklagen, omdat een vedette ontmoeten toch vaak tegenvalt. Bij die gedachte werd ik wakker. Ontgoocheld dat dit een droom was. Toch blij dat ik in zijn gezelschap mocht vertoeven. En dat mijn al lang overleden moeder ook een bijrol had gekregen. Knappe regisseur, bedankt voor deze ervaring.

Tentakels

Afspraken afgescheurd van wandkalenders,
afgeladen agenda’s belangrijkheid:

Macht bevrucht de zekerheid
Iemand te zijn –

ikjes verstoppen achter dogma’s en goden.
regels en gewoonten als veilig onderkomen.

Slikt de metalen tijd
de oog-doorlopen seconden:

verbrijzeld is elk vergezicht
op de toekomst
te bestaan –

Dan maar
liever de schaamte om het falen,
de angst voor de chaos.
liever de pijn van de wonde.

Hij ontluistert de leugen.
ontsluiert het beklemmende masker

in tentakels van vrijheid.

De dood reed mee

Toen ik gisteren het verschrikkelijke nieuws hoorde, kwam een herinnering het verdriet versterken; ik was pas leerkracht toen op de speelplaats een meisje stierf.

Ik schreef toen (= veertig jaar geleden) dit gedicht op haar ‘doodsantje’:

De dood speelde mee

hand in hand:
het spel der kinderen
alsof het einde eindeloos is:
de zon voor eeuwig dichtbij.

maar de dood speelt mee, dit spel der kinderen:
een schim van plotse leegte om je heen,
een zwijgende hand op de schouder:
‘kom mee, het spel der kinderen is voorbij’

de bel: de tijd staat even stil:
een teken: stille wenk voor haar
alleen (‘Karine, kom je mee?’)
en niemand hoort het angstig antwoord.

de dood maakt geen misbaar
en grijpt koel de warme pols,
en stopt langzaam het jonge bloed,
en God weet: waarom?

Hij neemt en laat niet los,
sterker dan de hand der vriendschap,
dan de stem der mensen om je heen,
dan het drukken en de adem van het leven.

toch laat de hoop je niet los:
het was een nare droom,
met morgen weer een nieuwe dag
en jij erbij: ‘Hallo!’

Als het leven uit haar lichaam hijgt,
haar ogen zoeken naar een licht
dat onvindbaar ver en weg is,
breekt je hart, breekt het mijne.

de waarheid verzwijgt zichzelf niet eens,
elk woord weegt nu te zwaar –
elke gedachte draagt het verleden
op een berrie naar je diepste zijn.

Karine, het gaat je goed, zo ver.
Je afscheid leek een afgrond
waarin wij alle woorden stortten
van verdriet.

Jouw stoel spreekt woorden zonder stem,
jouw bank wacht wekenlang
en je schrift wordt aangevuld:
want straks gaat de deur weer open.

en jij bent er,
als in een droom.

(Karin, 13 jaar)

 Een halflege klas. Mijn verdriet maal duizend. Verschrikkelijke honderd dagen voor de meester in deze halflege ruimte.

Gedichtenjaar

De diabeticus

1

De prik op zijn rechter kant.
Bolletje bloed op de strook.
De meetlat vertekend tot statistiek.
De zoete prik slaakt weer een zucht
van getekende angst voor morgen.

Elke morgen als een merelkreet.
Elk opstaan drijft hem tot bloedens toe
Naar de dag van weer een krater spuitend goud.

En wat is hij in een druppel bloed:
een leeggelepeld bord groentesoep?

2

Dit morgenmaal moet gemeten worden.
De pillen vormen rijen naast dit glas
van morgentroost en geheim zilverpapier.

Hoe zoet is het bloed in de aders?
Hoe lang dringt het zwarte teer naar zijn hart?

Kaas en brood vermalen tot gruis dat verder vreet
tot bruin slijm in de darmen.

Zijn hersens malen lichte poeders tot geruis.

3

Gewicht. Beweging. Gezond eten.
Hij slaapt op zijn geweten, schuldig besef
van steeds maar hervallen beloften,
laag gevallen mens met streefcijfer 7.

Analyse met puntenlijsten en slaagcijfers:
gearceerde dans van mislukkingen op drie bladzijden.
Meneer doktoor bemoedigt de patiënt, die knikt.
Een half jaar metend weten tot de volgende.

4

Zo afgemeten is zijn leven; zijn woorden, zijn zinnen
doorsijpeld van prikken in zijn lijf.
Buik, billen, vingers als speldenkussens gebruikt.

Hoe het wonder van het lichaam heelt die wonden;
hoe zachtzinnig herstelt de huid zichzelf.
Spuiten om te leven, als verslaafd aan een wondermiddel.
Maar geen genot, enkel overleven. Dag na dag.

5

De nacht dooft de gedachten, houdt het lichaam in toom.
Tot de versnelde hartslag weergalmt in zijn kussen.
Opstaan. De tijd is niet gehaast. Aders onder druk.
Hart in staat van alarm. Het laagtij tekent onheilspellend.

Zoetigheid als kabbelend water, suiker overspoelt de aders.
Zijn horloge verklikt de onverbiddelijke tijd, traag getik.
Zijn lichaam wordt onder stroom gezet; zoet in nood.

Het geraas in zijn aders klopt nu langzamer in zijn hersenen.
De hartslag vertraagt gestaag; hij prikt en meet. Noteert.
De boekhouding van zijn leven in cijfers en codes.

Slaapverwekkend, deze nachtelijke wandeling. Terug
naar het warme bed, de schaduw van een verdwenen man
wordt weer ingepast. ’s Morgens enkel een teken aan de wand.

2012

Hoe raar dat getallen zo’n belangrijke rol spelen in het leven en in de maatschappij. Verjaardagen, nieuwjaarsdagen, herdenkingen, pensioneringen, geboortes en overlijdens… alle gebeurtenissen zijn gekoppeld aan een getal. Alsof alles meetbaar is en de agenda ons belangrijkste richtsnoer is voor een (gelukkig?) leven. Alles draait rond horloge en wekker, en we passen onze tijd aan aan onze noden van winter- en zomerplezier. Tijdzones worden gewijzigd om de handel te dienen. Universiteiten zoeken naar een kalender met onveranderlijke zon- en weekdagen,  want hoe ongelukkig zijn we niet als onze verjaardag niet in het weekend valt. En dé dag voor vuurwerk is het moment waarop het nieuwe jaar begint. Mensen worden dan haast gek over heel de wereld, en iedereen is in elke tijdzone en op een ander uur dolblij dat het oude jaar voorbij is. In de roes van opgepept geluk vergeten we dat het in 2012 wel veel van hetzelfde zal zijn: de alledaagse zorgen met soms wat gelukkige saus overgoten. Goede voornemens kun je ook elke dag nemen, maar op zo’n dag is het ideaal om je eens te herpakken. O wat een intense vreugde bij het bekijken van een lege agenda! Het hele jaar is nog blanco, de planning kan beginnen!

Een overlijdensbericht in de krant of in de brievenbus leert je hoe data en uren je hele leven omhelzen. Geboortejaar tot sterftejaar. Begin en einde van een mensenleven in twee data. Meteen de leeftijd uitrekenen want de lengte van jaren lijkt aan te geven hoe een mens geleefd heeft. Leeftijden van voorbije levens worden vergeleken. Het is vlug gegaan. De snelheid waarmee het leven ingeruild wordt voor de dood lijkt belangrijk te zijn. Begrafenissen worden in functie van het werk van de pastoor getimed. De doden worden niet meer begeleid door de familie naar het kerkhof, want dat is tijdrovend. Alsof de priester van dienst ‘maar dat te doen heeft’… Blijkt ook dat hij voor zijn extra-werk niet méér betaald wordt. Alsof overal een prijskaartje moet op staan. Overal lijkt een getal op te staan: op een schaal van tien, hoe schat je je pijn in? Daar gaan we dan in verhouding medicatie voor uitrekenen.

Getallen in de kranten moeten aantonen hoe belangrijk een en ander is. Statistieken bepalen de stand van het menselijk bestaan. Gemiddelde leeftijden van vrouwen en mannen. Ongevallenstatistieken. Zelfdodingstatistieken. Ratings. Behaalde resultaten op je rapport. Hoeveel mag je in het rood en met hoeveel mensen hebben de gas- en elektriciteitsproducenten betaalproblemen. Hoeveel is het tekort op de begroting?

Een mooie winterdag en ik ga wandelen. Tot mijn verbazing ben ik onbewust de mussen aan het tellen die in de berkenboom zitten. Ik ben ook cijferziek.

Een vriend verliezen

Sorry, Philip, mijn bibkaart is al heel lang geleden vervallen. Ik ben een ontrouw bib-lid. Ik heb je jarenlang ontgoocheld. Vooral als vriend. Ook als bibliotheekbezoeker.

Ik ben de weg ingeslagen van het digitale gemak. De bib was te ver, toch slechts op een boogscheut van ons huis. Ik heb je zelfs niet gezien op mijn verjaardag, die 19de januari. Toen ben je onwel geworden in de bib. Die dag werd ik 62. Jij, twee jaar ouder, zoals mijn broer nu zou geweest zijn, die ook al heel lang geleden gestorven is. Ik had je op die dag kunnen genezen, met de adem van de vriendschap. Maar hoe kon ik jou nieuw leven inblazen, als ik zelfs mijn moeder en mijn broer en mijn schoonbroer niet kon verhinderen hun laatste adem uit te blazen. In die trieste periode was je trouw als vriend. Dat beklijft. Dat helpt te helen.

Toen ik vandaag je overlijdensbericht zag, tussen de reclames en flyers, was ik compleet van de kaart. Nog deze week, toen ik aan de bib passeerde, was ik er zo zeker van dat je daar tussen je “harem” – dat was je zwerm vrouwen, zoals we die toen noemden – als een lieve gevestigde waarde de boekenwurm verpersoonlijkte. Ik heb me vergist, ik had vroeger eens moeten binnen springen, jou mijn vriendschap bevestigend, maar ik ben een zwakke lafaard, die me verstopt achter excuses – ik passeerde al die maanden, zelfs jaren, als een schim, die vergat. Al die herinneringen vertelden me dat die nooit meer  tot leven zouden komen. Opgesloten in kaften met vergeelde verslagen van vergaderingen en persknipsels uit die pionierstijd…

Maar twee jaar geleden, toen mijn zoon Aarnoud en zijn Nessie, vanuit Canada, na hun huwelijksfeest ten onzen huize, de sightseeing-tour deden in Kuurne en omstreken (Gent, Antwerpen, Brussel…) wilde ik de bib in Kuurne bezoeken, ook al omdat Nessie bibliotheekassistente is in London, – let wel, in Ontario, Canada. Wat een bijzonder hartelijk onthaal kregen we bij jullie bij ons onaangekondigd bezoek! Jij vertelde over de toekomstplannen voor de uitbreiding van de bib, alsof je levenslang bibliothecaris zou blijven. En je wens is waarheid geworden. Levenslang bibliothecaris!

Bibliotheekbezoek Kuurne

Nessie en Aarnoud bezoeken Kuurnse bibliotheek in 2009

Bibliotheekbezoek: uitwisseling van ervaringen

Bibliotheekbezoek: uitwisseling van ervaringen

Bibliotheekbezoek: uitwisseling van ervaringen

Bibliotheekbezoek: Aarnoud in gesprek met Philip

Tussen haakjes, hoe is het daar boven? Is het boekenbezit up-to-date? Wordt het daar allemaal digitaal verwerkt of gebruiken ze daar nog steekkaarten en houten bakjes? Hoeveel bijbelversies hebben ze daar bij elkaar verzameld? En de koran? Mag die daar wel binnen of zit die veilig in de ‘zwarte kast’? Hou je daar oogluikend in de gaten of de engelen de gekuiste literatuur tot zich nemen? Is die iPad al in gebruik om ermee naar de aarde te surfen? God, wat ben ik jaloers dat jij nu ten minste wetenschappelijke  bewijzen hebt hoe het is, daar boven! Kun jij een artikeltje schrijven voor de Wikipedia, want daar ontbreekt nogal wat serieuze info over het leven na de dood. Maar het mag ook een artikel worden voor in de Info-Kuurne, ook al is de deadline al voorbij.

Als dit een troost kan zijn, ik ben van boeken en tijdschriften blijven houden, ook op papier – de hard copy-versie dus – en de inhoud van onze overvolle boekenkasten schenken we aan de bib, als het mijn beurt is om de boeken definitief dicht te gooien…

Zwijgen is heilzaam

Nee, ik zal het niet hebben over hem. De kranten puilen ervan uit, de tv-stations schetteren het uit. Ik heb hier niets over te vertellen.

Durf ik niet? Ben ik bang dat ‘ze’ mij zouden lastig vallen, dat ik door mijn stem te laten horen op een zwarte lijst zou komen?

Heb ik geen ideeën dan? Heb ik een writer’s blogblock?

Daar valt toch wel een en ander over te zeggen, zeggen ze.

Zou het kunnen dat ik misschien overdonderd ben door wat er allemaal op deze wereld aan het gebeuren is?

Ik denk dat ik weet waarom ik geen behoefte heb om over de grote dingen te spreken.

Ik ben namelijk (?) begonnen met een moestuin.

Daar ging al mijn interesse naartoe. Zaden en planten kiezen, gelukkig met de hulp van mijn vrouw. De ‘grond bewerken’, klaarleggen, zoals dat heet.

Na een lange voorbereiding dan aan de slag gaan en dan verwonderd staan hoe de zaadjes kiemen vanuit de vochtige potgrond.

Daar kun je alleen stil van worden, van zoveel nieuw leven!

Maar dan moet je toch ook defensief zijn: de vogels vallen je grondgebied aan!

Dus, een netje gespannen.

De ondankbare schepsels: heel de winter voor vogeleten gezorgd, aan de bomen hangen de lege slierten als bewijs, en nu komen ze ons nog bestelen, ons eigen voedsel!

Zou je ze niet ….?

Maar mijn zachte aard komt naar boven. Nee, ik zal geen enkel diertje ombrengen.

Ik zwijg dan maar, en berust.

Als een echte herenboer.

Wat kan me die stoute wereld schelen, als het hier in de tuin zo vredig stil is. Op het mussengetsjilp en het merelgesnerp na.

Waarom?

Niet dat ik ooit het antwoord zal weten. Ik wil het niet weten. Het gebeurt. Het noodlot. Is het belangrijk te weten wat de oorzaak is van het sterven? Een kankergezwel? Een aardbeving? Een tsunami? Een hartinfarct? Een

God, waar was jij?

gefrustreerde jongeman met een geweer? Of twee? Of drie? Kogels?
Wil ik het weten hoe ik zal sterven? In bed? Op straat? Naast mijn vrouw? Onder een betonblok? Of misschien heel gewoon terwijl ik naar Terloops zit te kijken? Of achter het scherm van mijn iPad?
Misschien nu terwijl ik me erger aan Komen eten? Is mijn sterven een teken aan de wand dat het zo eenvoudig kan?
Misschien ben ik mijn neus aan het snuiten of ben ik aan het plassen, vooruit starend naar de verse groene blaadjes van onze haag?
Misschien leg ik het er lootje/loodje bij neer terwijl ik ruzie ben aan het maken over de kwaliteiten van De ronde? Of terwijl ik een laatste glimp meepik van een reclamespot over Coca?
De dood overkomt je, zeggen ze. Er is geen ontkomen aan. Dat zou je moeten weten. Je mag je gelukkig prijzen als je ’s morgen de vogels hoort fluiten, want dan leef je nog.
Waarom blijven mensen leven en gaan anderen zomaar dood? Waarom 25 000 doden in Japan? Waarom?
Waarom is er iemand die met een bord steeds diezelfde vraag stelt: waarom? *

* In ‘De wereld draait door’ van 11 april 2011: DOOR DE OGEN VAN HANS AARSMAN: ALPHEN AAN DEN RIJN
Het drama in Alphen wordt breed uitgemeten in de media. Op veel beeld is tussen de bloemen en waxinelichtjes een bord te bespeuren, met daarop in rode letters het woord ‘Warum?’ of ‘Waarom?’. Het bord is al eerder bij herdenkingsplekken te zien geweest, bijvoorbeeld bij de Naald in Apeldoorn, waar Karst T. een aanslag op de koninklijke familie probeerde te plegen. Hans Aarsman gaat in op het bord en zijn maker.

Lentegevoel (versie 2)

Bij het vallen van de avond

denk ik aan morgen.

Kan ik een geluksgevoel ervaren

in een wereld

die schrik inboezemt?

Kan ik morgen opstaan met de vogels

en meezingen,

terwijl ergens mensen voor hun leven vrezen?

De twijfel raakt met pijnpunten mijn huid,

pas door de zon aangeraakt.

Worden mijn geluksstoffen in mijn hersenen

nog niet aangemaakt?

‘American Beauty’

knippert groen in mijn hoofd.

Het zit hem in de kleine dingen,

in een plasticzak opwaaiend,

dansend en spelend in de wind.

Dé vraag van het jaar: ‘Hoe gaat het?’

Iemand die interesse toont in jou.

De alledaagsheid van het bestaan

krijgt een nieuwe dimensie:

de schoonheid van het leven,

is haast niet te vatten.

Ook al worden medemensen

afgeknald om enggeestige redenen,

de spirit om te overleven

is te vinden in het besef

dat alles zin heeft, niets zinloos is.

Je hoeft geen ster te zijn,

je hoeft niet aan de top te staan;

de nederigheid van het leven is

de ‘beauty’ van het zijn.

De schoonheid beleven als een droom,

zonder te veroveren of in te palmen,

is respect te tonen

voor de essentie van elk ding, elke mens.

De gelukzalige blik van een mens

die afgeknald door een homohater

verder leeft in het bewustzijn van de medemens.

De kunst bestaat

om je de weg te wijzen

naar een antwoord.

Lentegevoel

Kan je nog echt een geluksgevoel ervaren terwijl er in de wereld zoveel verschrikkelijke dingen gebeuren? Dat vraag ik me af terwijl ik bij het vallen van de avond de draad weer opneem om deze blog met inhoud te vullen.

Kan ik morgen opstaan en zoals de vogels beginnen zingen, terwijl ergens mensen voor hun leven vrezen? De twijfel raakt met pijnpunten mijn huid, pas door de zon aangeraakt. Worden mijn geluksstoffen in mijn hersenen nog niet aangemaakt?

De film ‘American beauty’*, die ik al een tijdje niet meer gezien heb, reikt me antwoorden aan. Het zit hem in de kleine dingen, in een plasticzak opwaaiend, dansend en spelend in de wind. Dé vraag van het jaar: ‘Hoe gaat het met jou?’ Iemand die interesse toont in jou. De meest gelukzalige blik van een mens die afgeknald door een homohater verder leeft in het bewustzijn van elke mens.

De alledaagsheid van het bestaan krijgt een nieuwe dimensie: de schoonheid van het bestaan, is niet te vatten. Ook al worden medemensen afgeknald om enggeestige redenen, de spirit om te overleven is te vinden in het besef dat alles een zin heeft. Je hoeft geen ster te zijn, je hoeft niet aan de top te staan; de nederigheid van het leven is de ‘beauty’ van het zijn. De schoonheid beleven als een droom, zonder te moeten veroveren of in te palmen, is respect te tonen voor de essentie van elk ding, elke mens.
Wat een geluk dat er films, muziek, literatuur… kortom kunst bestaat om je de weg te wijzen naar antwoorden.


* American Beauty is een Amerikaanse speelfilm uit 1999, geregisseerd door Sam Mendes. De film was het regiedebuut van de regisseur.

De film verkent thema’s als liefde, vrijheid, zelfbevrijding, familie, en de Amerikaanse Droom. Hierin concentreert het zich op de familie Burnham, die bestaat uit Lester (Kevin Spacey), zijn vrouw Carolyn (Annette Bening)  en hun dochter Jane (Thora Birch).

De thema’s die in de film van belang zijn, zoals de focus op het uiterlijk en succes van mensen en de weg waarin iemand zichzelf echt leert kennen en zijn naasten op een dieper niveau, zijn zaken waar veel mensen uit de huidige Westerse wereld mee te maken hebben.

De film won vijf Academy Awards, waaronder “Beste Film”, en wordt gezien als een van de beste, meerdere Oscars winnende films ooit.

Bron: Wikipedia