Verjaardagsbrief aan onze zoon in Canada

Hoi, zoon van ons. Jouw leeftijd herinnert me eraan dat de jaren almaar meer afstand nemen. Jij, daar op duizenden kilometer van hier. Jouw leeftijd kan nooit meer de helft van de onze worden. Ook al verouderen wij in een tempo dat ons doet schrikken. In gedachten zijn we echter even jong als jij nu bent.
Maar de afstand is op zo’n dag als vandaag al even onoverbrugbaar.

Zoveel jaren geleden – wij waren toen 27 en 28 jaar – kwam je zeer gevraagd op deze wereld terecht. Wisten wij toen dat jij niet geboren werd om onder de kerktoren te leven. Jij was er kennelijk op uit om grote afstanden af te leggen, want Kuurne, Kortrijk, Leuven en Bilzen stonden op jouw landkaart niet eens vermeld. Het moest en zou een ander werelddeel worden, daarvoor was je in de wieg gelegd. Een wereldburger die voor geen oceaan zou terugdeinzen.

Een eerste verkenning in Vancouver overtuigde je van de uitgestrekte mogelijkheden in een van de grootste landen van de wereld. Canada, dat zou je heimat worden, met een kind als bewijs van je uitheemse honkvastheid.

Want terugkeren zou je, als een avonturier die op een vliegveld zou stranden, daar in Toronto, een wereldstad op een boogscheut van London, die andere fake stad, die haast niemand kent, want altijd meteen gelinkt aan Big Ben. Daar zou je dan terechtkomen, in het veilige huis met een vrouw die, geboren op een eiland, Bequia, een aards paradijs, Canadese zou worden, net zoals jij dat nu aan het worden bent.  Wat een moeite kostte het niet om de papieren te bemachtigen, want Canada is een land met ongekende mogelijkheden als je maar de nodige kwaliteiten hebt… en een goed gevulde portefeuille.

Oma, mijn moeder zaliger, zij was voor jou een vrouw uit de duizend. Vandaar dat ze daar ergens aan de vrouwentop 8 maart hebben gekozen voor de datum van de internationale vrouwendag. Jij bent daar in goed gezelschap. Met je vrouw die een dimensie toevoegde aan jouw bestaan. Pas alle twee dertigers  geworden, lijkt het alsof wij hier ook opnieuw dertig werden.

Wij stappen binnen in jullie huis, we kennen alle kamers en zijn bij jullie op deze verjaardag, want in gedachten zijn we altijd bij jullie thuis.  Ook zonder webcam, of skype, of e-mail. Vanuit dit piepkleine dotje op de wereldkaart groeten wij jullie en zeggen: proficiat!

 

De media: Facebookgedicht

Net nu ik ervan overtuigd was dat je met Facebook of Twitter geen belangrijke boodschappen kunt schrijven, las ik in de krant dat Van Reybrouck een gedicht schreef  via Facebook:

Ik citeer: “En zo geschiedde: Van Reybrouck verzamelde zo’n 150 verzen en schrapte, componeerde en vulde aan tot hij het gedicht In alle vroegte overhield. ‘Het is een procedé dat werkt voor mij’, vertelt hij. ‘Die collectieve fantasie is een mooie manier om mensen te betrekken bij het ontstaan van een gedicht.’

Dichters zijn dus lui geworden. Zij vragen medemensen (‘collectieve fantasie’, waar haalt hij het?,  alsof de goegemeente enige verbeelding zou hebben) om verzen te plegen die dan dienst doen als grondstof voor een heus gedicht dat dan meteen in de krant verschijnt.

Ik herinner me dat David Bowie het dertig jaar geleden al veel vroeger ook deed. Hij versnipperde tekstregels en liet die dan uit de poëtische hemel neerdalen… en geloof me of niet, deze tekst werd de basis van alweer een succesrijk nummer. Op de vraag of deze song vertaalbaar was, zei mijn collega leraar Engels dat dit gewoon onmogelijk was. Alsof je willekeurige tweets tot een gedicht zou smeden, en dan er meteen de vertaalmachine op zou loslaten.

Maar ik wist beter: dat was gewoon klinkklare onzin tot een song aaneen geklutst, waarbij enkel de melodie ervoor zorgde dat die song in de toptien terechtkwam. Wie luistert er in godsnaam naar de tekst van een popsong? Als je het woord ‘love’ al verstaan hebt, dan kun je hele song wel verder meekwelen.

Ter gelegenheid van Gedichtendag verscheen in De Standaard een collage van uit de krant geknipte teksten die een gedicht moesten voorstellen. Wat een leuk idee! Hoe vernuftig! Nooit eerder gezien…

Van Ostaijen deed het in zijn tijd zoveel beter, met bovendien een persoonlijke toets, maar hij was lichtjes of zwaar aan de drugs, en kon daardoor bewijzen hoe poëzie ontstaat uit het onderbewuste, want hij had geen hulpmiddeltjes nodig zoals daar zijn: kranten. Nu zitten ze daar maar met hun stift woorden uit te plukken, alsof het peuters zijn die lukraak gekozen kleurpotloden gebruiken en blij zijn dat ze binnen de lijntjes kunnen kleuren. Het plezier van het spelen met woorden, noemen ze dat dan. Maar waar is die persoonlijke impressie dan? Hoe kun je een persoonlijk gedicht schrijven dat uit jezelf geboren wordt, als de krant de basis is van een poëtisch gewrocht?  Zoiets leer je in een cursus ‘leren schrijven’, waar je techniekjes aanleert om het verschil te leren tussen een enjambement en een binnenrijm.

Nee, die Gedichtendag werkt me ook danig op de zenuwen, want ik ken bij god geen mens die het leven niet aankan zonder een gedicht te hebben gelezen.

Wat gaan ze nog aan Facebook toedichten? Na ‘De democratisering van onze maatschappij’, nu ook ‘De collectieve fantasie van Facebook-poëzie’? Hoogtijd om Facebook heilig te verklaren! Laat de katholieke kerk haar zegen over deze collectieve verdwazing neerdalen, en voor een mirakel zorgen.  Dan pas zijn we echt tevreden…

Dagboek = blogboek

Vandaag is een dag als een ander. De zon schijnt, de hemel is blauw, het lijkt wel lente achter glas.

Vandaag is toch wel anders. Nee, er is nog geen regering, nee, Kadhafi is nog gek, nee, het milieu gaat nog altijd naar de knoppen. (Gisteren op tv een documentaire gezien hoe de Canadezen met hun vuile olie hard hun best doen om er hun steentje toe bij te dragen – ofte hoe ook indianen met geld vuile handen krijgen…)

Vandaag is een dag die sporen nalaat. Zeker weten. Ik heb (alweer) een voornemen genomen. Ik wil vanaf nu elke dag zinnen op deze blog zetten. Na mijn aanvankelijke belofte – die dateert al van augustus 2010 – om deze blog te starten, ontbrak me de ‘goesting’ om het te doen. Of moet ik ‘hoesting‘ schrijven zoals onze Leterme-barones dat tegenwoordig doet – zij beoefent naast het serieuze geleuter een zeker vorm van zelfspot, die ex-Harelbekenaarster.

Ik deed echt te weinig moeite om mijn inloggegevens  terug te vinden, en misschien hoopte ik zelfs dat ik ze nergens had opgeslagen, alleszins niet in mijn geheugen. Excuses dus om mijn vroegere voornemen goed te praten.

Ik besefte ook al die tijd dat niemand op mijn gedachten zat te wachten, want zelfs een tweet lijkt me te banaal – ik herinner me er eentje over mijn iPad en Telenet waarin ik mijn beklag deed dat hun ‘Yelo‘ alweer niet werkte. Maar ik hou niet van kreten en mensen die denken dat hun eerste gedachte het begin is van een essay over Yung. Af en toe eens een bericht op Facebook voor de naaste familie meegeven kan nog net, maar waarom zou ik die lastig vallen met het bericht dat ik mijn blog niet kon starten wegens gebrek aan inspiratie?

Maar na de lectuur van al die reacties op krantenartikels, vooral boze en domme, dacht ik, misschien is mijn kijk op de wereld nog zo dom niet.

Sinds ik me bij de grote schare van gepensioneerden heb gevoegd, en ik meer vrije tijd heb om mijn hobby’s te koesteren, lijkt het ‘onderhouden’ van een blog toch wel zinvol.

Vooral toen ik las dat een dagboek bijhouden een gunstige invloed heeft op de eigen psychologie – kwestie dus van niet down te worden na een zinvol leven vol arbeidsvreugde, nu levend van de staat die het al zo moeilijk heeft met al die al maar langer levende en profiterende burgers.

Maar wat me uiteindelijk over de streep trok om nu ‘definitief’ te starten met deze blog, die druppel dus in de emmer van uitstellen en zich in vraag stellen, dat was het resultaat van nog eens een onderzoek naar de eenzaamheid van een groot deel van het oudere mensdom in Vlaanderen – of ging het over heel België? – de Walen zullen de cijfers naar boven halen, want de afstanden tussen buren en bossen en andere buren zullen wel groter zijn dan in het volgestouwde Vlaanderen.

Blijkt dat – uit mijn blote hoofd – zo’n tien procent van de zestig-plussers tijdens de week geen enkel contact heeft met een ander mens, jong noch oud. Het gaat  – vermoed ik – over alleenstaanden, tenzij ook samenwonenden of koppels elkaar zo mijden dat zij elkaar noch horen noch zien, vermoedelijk ook wegens lichamelijke gebreken.

Ik dacht: die ouwe knarren zitten toch op Seniorennet? Bovendien, zegt men ook niet van jongeren dat zij liever chatten met Egyptenaren, dan kletsen met hun vrienden in de rookvrije cafés?

Kortom, het is niet omdat je geen liefhebber bent van gezamenlijke busreizen naar de Ikea – of is het uitgekiende kilometerlange traject niet haalbaar voor hulpbehoevende oudere lieden en opteert men voor pretparken? – Ik herpak mijn zin, want misschien lezen er leeftijdsgenoten mee – het is niet omdat je die ouwe mensen uit het verenigingsleven niet ziet zitten, dat je aan je ligzetel gekluisterd moet worden! Met een iPad in je hand, of liever op je borst – want het schokkend gebruik kan met zo’n toestel nogal wat effect hebben – kun je de hele wereld bereiken, je horizon verbreden, je kunstzinnigheid verdiepen, je lectuur verrijken, enz. enz. En je kunt er zelfs je blog mee schrijven.

Zo, deze eerste blog staat er. Met deze staat of valt ook mijn geloofwaardigheid: komt er morgen een vervolg of is dit een laatste stuiptrekking van een op succes beluste vent die in de belangstelling wil komen, zoals ook oud-journalisten blijkbaar niet van het scherm te branden zijn? Jawel, daar zit wat in: morgen heb ik het over de media. Denk ik.